Geschiedenis 1931-2007 » De periode 1960/63 – 1980
De oorlog opnieuw in de belangstelling
Hoewel er steeds meer publicaties over de oorlog komen waarin vragen worden gesteld met de strekking ‘hoe heeft het zover kunnen komen?’ blijft een serieuze verdieping in de achtergronden en motieven voor collaboratie achterwege.
Een aantal lotgenoten schrijft op hogescholen of universiteiten scripties over de lotgevallen van NSB-kinderen en hun ervaringen, maar ondervinden daarbij toch steeds (enige vorm van) weerstand. Aandacht voor de ‘andere kant’ is op zich al verdacht en zeker als een kind van … daar de aandacht voor vraagt. De affaire Aantjes, enkele jaren ervoor aan het licht gebracht door Dr. L. de Jong, maakt pijnlijk duidelijk hoe er politiek en publiekelijk nog steeds over foute Nederlanders wordt gedacht.
Ook op de middelbare scholen is (weer) veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. De na de oorlog geboren lotgenoten komen op een vergelijkbare manier knel te zitten als de ouderen in hun tijd. Velen trekken zich terug zoals de oudere lotgenoten deden, anderen kiezen voor linkse activiteiten.
Over oorlogsgetroffenen en hun kinderen verschijnen steeds meer publicaties. Lotgenoten die zich met het verleden gaan bezig houden, ontdekken overeenkomsten tussen hun eigen ervaringen en die van die anderen. Vaak durven zij zichzelf echter geen oorlogsgetroffene te noemen, de anderen zijn de goede oorlogsgetroffenen, zij niet.
Ook op de middelbare scholen is (weer) veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. De na de oorlog geboren lotgenoten komen op een vergelijkbare manier knel te zitten als de ouderen in hun tijd. Velen trekken zich terug zoals de oudere lotgenoten deden, anderen kiezen voor linkse activiteiten.
Over oorlogsgetroffenen en hun kinderen verschijnen steeds meer publicaties. Lotgenoten die zich met het verleden gaan bezig houden, ontdekken overeenkomsten tussen hun eigen ervaringen en die van die anderen. Vaak durven zij zichzelf echter geen oorlogsgetroffene te noemen, de anderen zijn de goede oorlogsgetroffenen, zij niet.

