Info voor scholieren
Kinderen van ‘foute’ ouders werden hiermee gepest. Ze werden buitengesloten, uitgescholden en soms geslagen. Vaak voelden zij zich hierdoor eenzaam. Toen ze ouder werden, besloten ze dat het beter was om anderen niets over hun achtergrond te vertellen. Het werd een geheim. Ze probeerden zo normaal mogelijk te leven.
Veel kinderen voelden zich ook schuldig over de politieke keuze van hun ouders en schaamden zich ervoor. Ze wilden hun familiegeschiedenis het liefst wegstoppen en vergeten. Loes Schneider is de dochter van een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Haar vader moest tijdens de oorlog voor het Duitse leger vechten. Zij vertelt:
“Op school werd ik soms uitgescholden voor ‘moffenkind’. Toen ik weer eens gepest werd, schopte een klasgenote een berg zand die op straat lag uit elkaar en riep: “Daar ligt die vuile rotmof van jullie onder begraven, net goed!” Ik gaf haar een duw en ze viel tegen een houten bank, maar kwam zo ongelukkig terecht dat ze haar voortanden brak. Het was een ongeluk, maar ik heb mij er heel lang voor geschaamd. Zie je wel, dacht ik, nou heb ik geweld gebruikt. Nou ben ik geen gewone Duitser meer, wat toen al erg genoeg was, maar nu ben ik veranderd in een mof.”
Kinderen van ‘foute’ ouders werden hiermee gepest. Ze werden buitengesloten, uitgescholden en soms geslagen. Vaak voelden zij zich hierdoor eenzaam. Toen ze ouder werden, besloten ze dat het beter was om anderen niets over hun achtergrond te vertellen. Het werd een geheim. Ze probeerden zo normaal mogelijk te leven.
Veel kinderen voelden zich ook schuldig over de politieke keuze van hun ouders en schaamden zich ervoor. Ze wilden hun familiegeschiedenis het liefst wegstoppen en vergeten. Loes Schneider is de dochter van een Duitse vader en een Nederlandse moeder. Haar vader moest tijdens de oorlog voor het Duitse leger vechten. Zij vertelt:
“Op school werd ik soms uitgescholden voor ‘moffenkind’. Toen ik weer eens gepest werd, schopte een klasgenote een berg zand die op straat lag uit elkaar en riep: “Daar ligt die vuile rotmof van jullie onder begraven, net goed!” Ik gaf haar een duw en ze viel tegen een houten bank, maar kwam zo ongelukkig terecht dat ze haar voortanden brak. Het was een ongeluk, maar ik heb mij er heel lang voor geschaamd. Zie je wel, dacht ik, nou heb ik geweld gebruikt. Nou ben ik geen gewone Duitser meer, wat toen al erg genoeg was, maar nu ben ik veranderd in een mof.”

