Ervaringen van lotgenoten
De volgende briefschrijfster is tevreden over de bejegening op het Ministerie. Het doornemen van het dossier van haar vader kostte een hele dag en zij schrijft: ‘Bij vertrek voelde ik mij aangeslagen maar er werd een praatje gemaakt en dat maakte me rustig. Het is net als bij de uitslag van het ziekenhuis: laat iemand je opvangen. Eigenlijk ging ik blijmoedig en opgelucht naar huis: toch voldaan dat ik het gedaan had, met de bevestiging van vele veronderstellingen en gissingen betreffende m’n vaders oorlogsverleden’. Deze vrouw eindigt haar brief aldus: ‘En dan nog mijn laatste schreeuw: Mijn vader was niet “fout”. Maar hoe is het mogelijk dat iemand zo z’n ideaal vasthoudt en blind is voor alles wat er verder om hem heen gebeurt! Wat een ellende, wat een verdriet en pijn, maar....ik heb het gevoel dat ik iets van mijn pijn kwijt ben. En pas nu na 62 jaar ben ik erachter waarom ik mij anders voel dan anderen’. Hier fungeerde inzage in het dossier duidelijk als sluitstuk van het innerlijk en familiaire proces en vormt het de overgang naar de soort vragen: inderdaad hoe kunnen mensen zo blind zijn voor wat er om hen heen gebeurt...?