Geschiedenis 1931-2007
De periode 1940 – 1944
Oorlogsdreiging en geweld
In de meidagen van 1940 groeide de onzekerheid. De NSB-gezinnen werden nog meer gewantrouwd dan ervoor. Men was bang voor een ‘vijfde colonne’, verraad. Een paar duizend leden van de partij zijn om die reden opgepakt en geïnterneerd. Toen de oorlog uitbrak, betekende dat voor de NSB-ers die het Groot-Germaanse ideaal aanhingen blijdschap. De meer vaderlandsgerichte leden keurden de inval af. Tineke’s vader vocht als nationaal-socialist zelfs tegen de Duitsers. De kinderen zullen de stemming in huis terdege hebben aangevoeld, meestal zonder die te kunnen begrijpen.
Bombardementen, beschietingen en ander geweld troffen grote groepen van het Nederlandse volk. Tineke hield er achtervolgingsangsten aan over. Yvonne zegt daarover: ‘Nog lang na de oorlog (zelfs nu nog heb ik associaties) kreeg ik beelden van bombardementen als ik een vliegtuig hoorde over komen. We woonden in de oorlog in Eindhoven, dat verschillende keren “per ongeluk” gebombardeerd is en toen wij vluchtten zijn we in Hamburg terechtgekomen, dat op het eind van de oorlog ook veelvuldig gebombardeerd is.’ Net als iedereen deelden de kinderen in de angst voor bombardementen en andere oorlogshandelingen en voelden zij de onzekerheid en onmacht van de ouders aan.
In de meidagen van 1940 groeide de onzekerheid. De NSB-gezinnen werden nog meer gewantrouwd dan ervoor. Men was bang voor een ‘vijfde colonne’, verraad. Een paar duizend leden van de partij zijn om die reden opgepakt en geïnterneerd. Toen de oorlog uitbrak, betekende dat voor de NSB-ers die het Groot-Germaanse ideaal aanhingen blijdschap. De meer vaderlandsgerichte leden keurden de inval af. Tineke’s vader vocht als nationaal-socialist zelfs tegen de Duitsers. De kinderen zullen de stemming in huis terdege hebben aangevoeld, meestal zonder die te kunnen begrijpen.
Bombardementen, beschietingen en ander geweld troffen grote groepen van het Nederlandse volk. Tineke hield er achtervolgingsangsten aan over. Yvonne zegt daarover: ‘Nog lang na de oorlog (zelfs nu nog heb ik associaties) kreeg ik beelden van bombardementen als ik een vliegtuig hoorde over komen. We woonden in de oorlog in Eindhoven, dat verschillende keren “per ongeluk” gebombardeerd is en toen wij vluchtten zijn we in Hamburg terechtgekomen, dat op het eind van de oorlog ook veelvuldig gebombardeerd is.’ Net als iedereen deelden de kinderen in de angst voor bombardementen en andere oorlogshandelingen en voelden zij de onzekerheid en onmacht van de ouders aan.

