Skip Navigation

Geschiedenis 1931-2007 » De laatste oorlogsmaanden en de eerste jaren na de oorlog 1945 - 1948

Bevrijding

De zuidelijke provincies werden in september en oktober 1944 bevrijd. De collaborateurs en hun vrouwen werden door leden van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten) gearresteerd en in provisorische interneringskampen ondergebracht. Dit waren bijvoorbeeld fabriekshallen of leegstaande Duitse kampen. De omstandigheden waren primitief. De regering in ballingschap had geen maatregelen genomen om de kinderen van de gearresteerden op te vangen. Dat gaf schrijnende toestanden: de kleinste kinderen werden vaak met de ouders geïnterneerd, de groteren moesten maar afwachten wie zich over hen zou ontfermen. Soms waren dat de buren, soms familie of vrienden.
Els zegt hierover: ‘Terug in het dorp werden binnen enkele minuten vader en moeder door de politie opgehaald met achterlating van zes kinderen op de stoep van ons eigen huis; waar we niet binnen mochten, want daarin woonden andere mensen. Familie en buren ontfermden zich over ons.’
Er waren kinderen die enige tijd op straat rondzwierven voordat zij ergens onderdak kregen. In allerijl werden door kerkelijke instanties of vrijwilligers kindertehuizen ingericht in bijvoorbeeld scholen, villa’s of kloosters. Er was gebrek aan alles: voedsel, kleding en schoeisel, bedden en beddengoed.
 
 
« ga terug|print|vertel een vriend(in)|