Geschiedenis 1931-2007 » De periode 1948 – 1963
Loyaliteitsconflict
(Oudere) kinderen die het met de politieke stellingname van de ouder(s) niet eens waren, belandden vaak in een loyaliteitsconflict, vooral als de emotionele relatie met die ouder goed was. Een aantal nam zelfs de schuld als het ware plaatsvervangend over, wanneer de ouders niet in staat waren hun verantwoordelijkheid voor hun keuze te nemen en ze zich alleen maar verbitterd toonden over de hun opgelegde straf. Zeker toen bleek wat er in de holocaust gebeurd was, gingen een aantal lotgenoten zich verbijsterd afvragen wat hun ouders daarvan geweten hadden en of zij er zelf een rol in hadden gespeeld. Daaraan gekoppeld de vraag of zijzelf ook tot dergelijk gedrag in staat zouden zijn. Margreet zegt hierover: ‘Ik heb heel fijne en goede ouders gehad, maar het feit dat zij geweten hebben van de Jodenvervolging, is iets wat voor mij nog steeds onverenigbaar is met mijn ouders. En beangstigend! Ik voel me er schuldig en beschaamd over.’
Sommigen voelden een duidelijke rancune over wat de ouders door hun politieke keuze niet alleen in hun eigen leven, maar ook in dat van anderen had aangericht. Weer anderen, zoals Yvonne, voelen die rancune niet: ‘Ik ben juist dankbaar voor wat zij nog voor ons gedaan hebben in hun kommervolle omstandigheden na de oorlog!’
Sommigen voelden een duidelijke rancune over wat de ouders door hun politieke keuze niet alleen in hun eigen leven, maar ook in dat van anderen had aangericht. Weer anderen, zoals Yvonne, voelen die rancune niet: ‘Ik ben juist dankbaar voor wat zij nog voor ons gedaan hebben in hun kommervolle omstandigheden na de oorlog!’

