Skip Navigation

Geschiedenis 1931-2007 » De periode 1948 – 1963

Huisvesting

De woning waarin het gezin vroeger gewoond had, was aan anderen toegewezen of was geconfisqueerd. Gezien de algemene woningnood was het vinden van goede huisvesting een groot probleem. Soms werd gezinnen tijdelijk ondergebracht in scholen of kloosters. Gemeenten voerden vaak een actief discriminatiebeleid en wezen de gezinnen van de collaborateurs de minste woningen toe, soms behorend tot de categorie ‘onbewoonbaar verklaard’, zoals Berserk rapporteert. Yvonne zegt hierover: ‘Je werd gehuisvest naar wat je kon betalen. Aangezien dat niets was, kwam je dus ook in een buurt terecht, waar dat de norm was. Mijn vader werd daar de ‘professor’ genoemd.’
Een aantal gezinnen verhuisde doelbewust naar een andere buurt of naar een ander dorp in de hoop dat niemand daar ‘het’ wist en dat zij met rust gelaten zouden worden. Vaak was één verhuizing niet voldoende, omdat het nieuws hen al vooruit gereisd was. Aangezien er veel verhuizingen voorkwamen, was men in de buurt extra nieuwsgierig naar de (politieke) achtergrond van de nieuwkomers. Verhuizingen verhoogden het isolement, omdat nieuwe sociale contacten niet makkelijk gelegd werden, uit angst dat de buurt ‘het’ toch te weten zou komen.
 
 
« ga terug|print|vertel een vriend(in)|