Skip Navigation

Geschiedenis 1931-2007 » De periode 1948 – 1963

Gevolgen van de confiscaties

Huisraad – meubels, keukenuitrusting, bed- en linnengoed - was door de overheid geconfisqueerd. Wanbeheer door de medewerkers van het Beheersinstituut kwam nogal eens voor. Een aantal officieren-fiscaal en Tribunalen legden als voorwaarde voor de vrijlating op dat men formeel afstand deed van de geconfisqueerde goederen. Uit de voorraad van het Beheersinstituut mochten de vrijgelatenen een boedel bij elkaar zoeken. Armoe troef.
Sommige ex-NSB-ers waren door familieleden uit hun testament geschrapt en erfenissen waar zij recht op hadden, is hen soms met succes onthouden.
Ook familiekapitaal was onder beheer gesteld en is in een groot aantal gevallen niet teruggegeven. De ex-politieke gevangenen waren al hun bezit kwijt en moesten starten vanuit het absolute nulpunt. Romijn zegt hierover, dat ambtenaren van het Beheersinstituut soms van mening waren dat hen ‘het economisch bestaan onmogelijk gemaakt moest worden.’ (2) Families moesten vaak een beroep doen op de Armenwet om het meest noodzakelijke aan huisraad en kleding te kunnen kopen.
Afhankelijkheid van de sociale dienst werd vaak als vernederend ervaren. Kinderen die hun ouders naar het kantoor vergezelden, merkten op hoe hun ouders afstandelijk en neerbuigend, soms zelfs vijandelijk werden behandeld. Vaak begrepen ze de reden niet. Het gaf hun wel het gevoel tot een ‘slechte’ familie te behoren.
 
Pagina`s: 1 2 3 4 5 Volgende »
 
 
« ga terug|print|vertel een vriend(in)|