Geschiedenis 1931-2007 » De periode 1948 – 1963
Klem tussen thuis en maatschappij
Op school werd bij de geschiedenislessen meestal veel aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog. De verhalen gingen over de helden van het verzet, de unanieme verzetshouding van het Nederlandse volk en over de landverraders, een zwart-wit-tekening die in die tijd verklaarbaar is. Jongere kinderen van collaborateurs hoorden vaak nu pas waar die letters NSB, waar zoveel geheimzinnigs om heen hing, voor stonden en gingen beseffen, dat de eigen familiegeschiedenis hen aan de ‘foute’ kant plaatste. De toon van veroordeling, die ook te horen was bij herdenkingen, was voor hen overduidelijk. Veel lotgenoten betrokken dat oordeel op zichzelf en kregen zo het gevoel er eigenlijk niet te mogen zijn, er in elk geval niet bij te horen. Zij kregen het gevoel niet alleen vreemdeling, maar zelfs vijand te zijn van het Nederlandse volk. Sommigen voelden zich vanaf die tijd emotioneel statenloos.
Margreet vertelt: ‘Toen ik 6 jaar was [in 1953] ,moesten we op Koninginnedag met een oranje of rood-wit-blauw strikje op school komen en toen ik mijn moeder daar om vroeg, vertelde ze me dat ik dat niet mocht van haar, omdat mijn vader in het kamp had gezeten. Toen ik de volgende dag op school kwam, dacht de juffrouw dat ik mijn strikje vergeten was en spelde er eentje op.
Margreet vertelt: ‘Toen ik 6 jaar was [in 1953] ,moesten we op Koninginnedag met een oranje of rood-wit-blauw strikje op school komen en toen ik mijn moeder daar om vroeg, vertelde ze me dat ik dat niet mocht van haar, omdat mijn vader in het kamp had gezeten. Toen ik de volgende dag op school kwam, dacht de juffrouw dat ik mijn strikje vergeten was en spelde er eentje op.

