Het laatste taboe in Nederland: “NSB – kinderen”

‘Opgesloten in een gevangenis, terwijl je nooit iets hebt gedaan’

Na de Tweede Wereldoorlog wilde de Nederlandse overheid haar ‘foute’, maar bestrafte, onderdanen zo snel mogelijk heropnemen in de maatschappij. Zo trachtte zij te voorkomen dat deze veranderde in een verbitterde groep achtergestelde. Maar de integratiepolitiek mislukte, en daarvan zijn vooral de kinderen van ‘foute ouders’ slachtoffer geworden. Een grootschalige enquête werpt licht op hun schrijnende geschiedenis. Lees hier de belangrijkste resultaten.

Veel kinderen van ouders die ‘fout’ waren tijdens de Tweede Wereldoorlog voelen zich buitenstaanders in de Nederlandse maatschappij. Zelfs in de omvangrijke geschiedschrijving over de bezettingsjaren en hun nasleep komen zij nog altijd op de laatste plaats. Dat bleek weer in 1998, toen het kabinet-Kok een team van historici, verenigd in de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang (SOTO), opdracht gaf een onderzoek in te stellen naar de vaak problematische herintegratie van verschillende groepen oorlogsslachtoffers in de maatschappij van vlak na de bevrijding. SOTO legde de vergeten verhalen bloot van ex-dwangarbeiders uit Duitsland en Indische Nederlanders die uit de Japanse kampen kwamen. Over kinderen van foute’ ouders werd met geen woord gerept. Hun stem klinkt doorgaans slechts sporadisch, in een enkele televisie-uitzending of autobiografie.

‘De gemiddelde Nederlander heeft geen weet van de zwaarte van ons bestaan,’ verzucht Dick Kampman (64). Hij is een van de 229 respondenten die meededen aan een onderzoek van Historisch Nieuwsblad onder kinderen van ‘foute’ Nederlanders, met name NSB’ers. We wilden weten of en in hoeverre het oorlogsverleden van hun ouders hun eigen leven heeft bepaald. Voor het eerst zijn kinderen van ‘foute’ ouders op zo’n grote schaal systematisch geënquêteerd. De resultaten liegen er niet om: een grote groep kinderen van NSB’ers ondervindt tot op de dag van vandaag ernstige hinder van het verleden van hun ouders en de maatschappelijke uitsluiting die zij na 1945 hebben ervaren. Al hebben zij geen schuld aan de misdaden die uit naam van de nationaalsocialistische rassenwaan zijn gepleegd, toch voelen zij zich besmet.

Er moeten in Nederland nog honderdduizenden kinderen van ‘foute’ ouders rondlopen. Omdat je hen niet makkelijk kunt opsporen, hebben we het onderzoek beperkt tot de leden van Stichting Werkgroep Herkenning, een organisatie voor lotgenoten. Van de ongeveer zeshonderd leden heeft een derde het vragenformulier ingevuld. De mensen die bij de stichting zijn aangesloten erkennen dat het verleden van hun ouders voor een belangrijk deel hun identiteit bepaalt – en ervaren dat als problematisch.

Daarmee is niet gezegd dat dat niet geldt voor NSB-kinderen die géén lid zijn van Herkenning. Er zijn NSB-kinderen die geen hinder (meer) ondervinden van het verleden van hun ouders. Maar er zijn er ook die zich er zo voor schamen dat zij zelfs geen contact willen met een organisatie als Herkenning. Veel leden van de stichting zien hun eigen problemen terug bij lotgenoten die geen lid zijn, bijvoorbeeld binnen hun eigen familie. We gaan er dan ook van uit dat de conclusies van dit onderzoek gelden voor het gros van de kinderen van ‘foute’ ouders.

Lees hier de verschillende belangrijke vervolg artikelen:

 

Door: Bas Kromhout
Bron: Historisch Nieuwsblad

Wilt u over dit onderwerp meer weten of graag met iemand spreken ? Neem vrijblijvend contact met ons op voor al uw vragen of uw ervaringen: contact. Wij staan graag voor u klaar.


ARCHIEF

ZOEKEN

DutchFrenchGermanEnglish