‘Het’ (en: hebben zij ‘het’ geweten?)

In de eerste vijftien, zo niet twintig jaar na de oorlog werd er over de ‘shoah’ niet of nauwelijks gesproken. Veelzeggend in dat verband is dat het model van de ‘shoah’ in de naoorlogse jaren Het Dagboek van Anne Frank was. Maar dat dagboek spreekt helemaal niet van de ‘shoah’. Het gaat over onderduiken. Op het moment dat de grootste ellende begint, eindigt het. Vanaf het Eichmann-proces aan het begin van de jaren zestig veranderde dit en werd de ‘shoah’ meer en meer als de essentie van de Tweede Wereldoorlog beschouwd. Een hoogtepunt in deze was de Amerikaanse televisieserie Holocaust, uitgezonden aan het eind van de jaren ’70.

‘Het’ is voor vele kinderen van foute ouders altijd een kernpunt geweest. Had hij (de moeder speelde in deze zelden een rol) ermee te maken gehad? Had hij bloed aan zijn handen? Had hij joden opgepakt, verraden, gemarteld, hen wellicht zelfs in de gaskamer gesloten? In vele gevallen haalde men zich de meest bizarre dingen in het hoofd. Een mooi voorbeeld hiervan is een brief van een vrouw aan de minister van Justitie omdat zij het dossier van haar grootvader wil inzien. De man, zo schrijft ze, zou bij de SA hebben gezeten, 168 doden op zijn geweten hebben, twee keer de doodstraf hebben gekregen, bekend staan als beul en nota bene ook nog eens directeur van een gasfabriek zijn geweest.

Over de vraag of ze ‘het’ geweten hebben is veel geschreven. Veel minder aandacht werd er besteed aan de vraag of de foute ouders ook werkelijk oorlogsmisdadigers zijn geweest, dat wil zeggen misdaden tegen de menselijkheid op hun geweten hebben. In de afgelopen jaren is de mening over een en ander sterk gewijzigd. Hoewel iedereen natuurlijk geweten heeft dat de joden vreselijk gediscrimineerd werden, wisten verreweg de meeste mensen, fout of niet fout, niet wat de joden te wachten stond. Misschien had ze het kunnen weten. Verhalen waren er genoeg. Maar ze wisten het niet. Ook wat betreft de vermeende oorlogsmisdaden van degenen die destijds de kant van de nazi’s kozen wordt tegenwoordig anders gedacht dan in de jaren ’60 en ’70. Dergelijke misdaden hebben verreweg de meeste collaborateurs niet begaan.

Walging en schaamte
‘Op een dag zag ik in de etalage van een boekhandel een wit boekje liggen. Het was het Witboek van Dachau. Ik heb er lang naar staan staren en dacht: “een echt boek, hier moet de waarheid toch wel in staan”… Thuis hield ik het verborgen. Maar op een zonnige middag ben ik er mee naar het plantsoen gegaan… Ik heb het boekje opengeslagen en ben gaan lezen. Ik bleef niet lang alleen. Naast mij op die houten bank namen plaats Walging en Schaamte.’
(Bron: Hanneke Cornelisse, ps. van C.J. Bannink-Boogaard in het zaterdags bijvoegsel van het Haarlems Dagblad )

Onvoorstelbaar
‘Eén keer heb ik het hem gevraagd – ik was toen tien jaar.
“Heeft u iemand aangegeven, verraden?”
“Nee, dat heb ik niet, absoluut niet, nooit,” zei mijn vader.
‘En doodgeschoten?” vroeg ik angstig verder.
“Dat weet ik niet, je schiet op zulke grote afstanden.”

Ik heb dat toen opgevat als “nee, ik heb nooit iemand gedood”. Ik kon me toen al niet – en nu helemaal niet meer – mijn vader voorstellen met een geweer in zijn handen.’
(Bron: Mieke de Bree, Het vreselijke zwijgen, p. 41)

Onverdraaglijk
‘Ik denk dat ik heel lang niet durfde, omdat die ene keer dat ik een vraag stelde, het antwoord zo gruwelijk was [namelijk dat de vader lid van de NSB was geweest]. Ook angst om erachter te komen wat mijn vader precies gedaan heeft in de oorlog, heeft meegespeeld. Zolang ik dat niet weet, kan ik nog denken dat hij “alleen maar” sympathiseerde en niet in daden fout is geweest. Ik wist niet zeker of ik de wetenschap zou kunnen verdragen dat hij een echte oorlogsmisdadiger is geweest.’
(Bron: Marijke in Viva)

Klopt het?
‘Op een dag vond ik thuis in de boekenkast, tussen de uitgebreide collectie historische werken over de Tweede Wereldoorlog, een boek over de kampen. Het was gevuld met zwart-witfoto’s van uitgemergelde mensen in de modder, van lijken op een hoop gegooid. “Dat wisten wij toen nog niet, dat werd pas later ontdekt,” zei mijn vader telkens als ik hem daarmee confronteerde.’
(Bron: Joost Pollmann in de Volkskrant)

Jaartallen
‘De eczeem bleef door de jaren heen. Werd weer erger als Holocaust op de televisie werd vertoond. “Bevend en jankend, overal jeuk van de zenuwen en het schuldgevoel. M’n vader is toen al overleden, maar ik heb mijn moeder het mes op de keel gezet! Nou zie je het toch, die jaartallen, toen was papa al lid van die partij, toen moet hij het toch geweten hebben, hoe kon hij daarmee doorgegaan zijn…’
(Bron: Barbara in het Haarlems Dagblad)


ARCHIEF

ZOEKEN

DutchFrenchGermanEnglish