Kinderen van Nederlandse `Moffenmeiden´

Kinderen van Nederlandse Moeders welke sympathiseerde met de Duitse Bezetter, ook wel genoemd de `Moffenmeiden´

Bij Nederlandse meisjes die omgang met Duitse militairen hebben gehad hoort het beeld van een treurig ogende figuur in een lachend gezelschap waarin een of enkele personen een schaar, tondeuse of scheermes hanteren.

Dergelijke gruwelijke kaalknippraktijken hebben tot ver na de oorlog in meer dan honderd steden en dorpen in Europa plaatsgevonden. Een goed overzicht hiervan geeft Monika Diederichs in haar boek over – aldus de ondertitel – De omgang van Nederlandse meisjes met Duitse militairen. De hoofdtitel luidt: ´Wie geschoren wordt moet stil zitten´.

Monika Diederichs is zelf dochter van een Nederlandse moeder en een Duitse militair. Ze vertelde haar verhaal op 13 maart 1995 in De Telegraaf en deed daarbij meteen een openbare oproep. Ze kreeg binnen afzienbare tijd ruim tweehonderd schriftelijke en een tiental telefonische reacties. Ruim vijftig van hen waren direct bereid tot een open interview. Omdat Monika ook nog enkele ´moffenmeiden´ van elders kende had daarmee de directe beschikking over 56 unieke levensverhalen. Op basis daarvan schreef ze haar boek over dit onderwerp, zij was de eerste in Nederland en een van de weinige binnen Europa die haar verhaar durfde te vertellen. Dat er zo weinig onderzoek is geweest naar zulks voor de bevrijding zo kenmerkend fenomeen is eenvoudig te verklaren. Bijna niemand durft openlijk over haar ervaringen spreken en alle huidige archieven houden de informatie zorgvuldig achter slot en grendel ter voorkoming van openbaarheid. Dat is als zeer onwenselijk te beschrijven, zo niet zeer kwalijk omdat het negatieve beeld van de ´moffenmeid´ op deze wijze altijd blijft bestaan.

Zo zou de ´moffenmeid´ volgens bestaande beelden uit zijn geweest op verrijking en zowel gewetenloos als seksueel losgeslagen zijn. Een dergelijke beeld is niet alleen te vinden in romans zoals die beschreven door van Teun de Vries, ´Het Wolfsgetij´ of ´Een leven van liefde´ uit 1965 maar ook in het boek van Lisette Lewin ´Een hart van prikkeldraad´ uit 1992. Ook in wetenschappelijk onderzoek is dit meerdere malen beschreven, althans uit de vroege naoorlogse periode. Zo schreef de Utrechtse psychiater H.C. Rümke dat het in de meeste gevallen ging om ‘vrouwen met een zwak moreel besef die niet zelden zouden lijden aan ernstige hysterische neurotische en psychopathische afwijkingen.’

Het zal niemand verbazen dat het beeld dat tevoorschijn komt uit het boek van Monika Diederichs heel anders en, als je het zo mag zeggen, veel eenvoudiger is. Verreweg de meeste ´moffenmeiden´ waren gewoon verliefd, zagen de partner niet als een Duitse Bezetter maar als een jongen of man. De meeste hadden ook slechts één partner en koesterden traditionele normen, dat wil zeggen: wilden graag trouwen, kinderen krijgen en een goed leven lijden. Dat dit in de meeste gevallen mislukte, komt mede door de grote chaos die de oorlog met zich meebracht. Daardoor temeer waren de meisjes ‘levend wild’ en een ´te´ gemakkelijke object voor het afreageren van woede en frustraties van Duitse soldaten in het bijzonder.

Vreselijke herinneringen
‘De paarden hijgen in hun nek. Steeds sneller moeten ze hollen, de moffenmeiden van Langezwaag. Af en toe komt een “held” van de ondergrondse van de bok om Miep en Tine een klap of een schop te verkopen. De andere jonge vrouwen hebben het gemakkelijker. Zij mogen meerijden op de wagen. De NSB’ers en landwachters lopen er achter. Op de Stationsstraat in Gorredijk houden de paarden stil. Het publiek stroomt toe…

In kamp Sparjebird gaat Miep door een hel. Meermalen wordt ze midden in de nacht uit de barak gehaald voor verhoor. “Hoe dat ging houd je niet voor mogelijk. Ze stopten me in een ondergronds hok en schenen met een lamp in m’n gezicht. Ze wilden vooral alles weten over het seksuele, wat ik met mijn Duitse vriendje had uitgespookt.

Sommige kampbewakers maken op misselijke wijze misbruik van hun macht. Ze bieden de door hen verachte ‘moffenhoeren’ voedsel aan in ruil voor een wip. “Ik kon een pond tomaten krijgen als ik met iemand naar bed ging. Verschillende meiden deden het, er was een speciaal hok voor. Walgelijk. Ik heb er niet aan meegedaan.

Tijdens haar gevangenschap overdenkt Miep haar ‘zonden’. Wat heeft ze verkeerd gedaan? Haar moeder liet de Duitsers het café in. Wat moest ze anders? Het bleken best aardige mensen… Ze raakt verliefd op een Duitse jongen. “Hij speelde zo schitterend piano in ons café. Zoiets heeft toch niets met politiek of oorlog te maken? Het was liefde…

Na haar gevangenschap keert Miep terug naar Langezwaag. Zij gaat op zoek naar haar bezittingen, maar de woning bij café De Nieuwe Vaart blijkt leeggeroofd. Berooid vlucht de moffenmeid naar Amsterdam, in de anonimiteit van de grote stad.
Bron: Leeuwarder Courant van 6 maart 1999

Een vreemde vergissing
‘Mijn moeder was een jonge weduwe met een dochter en in 1945 ben ik verwekt door een onbekende. Nooit wilde ze er iets over loslaten. Toen ik acht was zijn mijn halfzus en ik bij een tehuis gebracht, moeder kon niet meer voor ons zorgen. Ze was altijd ziek. Een kwaadsprekende tante kwam ons later opzoeken en van haar hoorde ik het. “Een moffenhoer was je moeder, je vader was een Duitse soldaat die op de vlucht bij haar huis belandde.” [Vele jaren en veel verdriet later kwam de moeder de dochter opzoeken. Laatstgenoemde lag op dat moment in het ziekenhuis]. Ze zat aan mijn bed en had een oud

sigarendoosje bij zich. “Hier is een foto van je vader,” zei ze met neergeslagen ogen. “Ik durfde het niet eerder te vertellen, omdat iedereen vroeger zei dat ik een hoer was.” Op de foto stond een sterke man met een vriendelijk gezicht. Ik herkende mezelf in zijn oogopslag. Tot mijn verbijstering zag ik dat het een Canadese soldaat was. Ik was de dochter van een bevrijder.’
Bron: ingezonden brief van Anna Mulder in Vrij Nederland van 3 augustus 1996

Grote Commotie
‘In 2007 was er in Aalten nog heel wat commotie rondom het toneelstuk ‘De Moffenmeid’ van Henk Krosenbrink. Sommige winkeliers weigerden het affiche voor hun ruit te hangen, want de titel zou de Duitse klandizie wellicht tegen de borst kunnen stuiten. Terwijl De Moffenmeid juist ageert tegen het zwart-wit denken dat na de oorlog ontstond. Regisseur Gerrit Kers van de Borculose toneelvereniging Ons Genoegen woonde een opvoering in Aalten bij en was diep onder de indruk.

“Het is een erg interessant stuk”, aldus Kers. “Het zet aan tot nadenken over goed en fout. Na de bevrijding waren alle Duitsers fout en rekenden veel Nederlanders zich automatisch tot de goeden. We zijn er nu van overtuigd dat we ruimdenkender zijn geworden, maar is dat wel zo? Is er eigenlijk wel echt iets veranderd?”

Die vraag komt gelijk in de proloog aan de orde. Een meisje krijgt verkering met een buitenlandse jongen, die een donkere huidskleur heeft. Haar ouders raken in alle staten en hebben hun oordeel al klaar voordat de jongen ook maar een voet over de drempel heeft gezet. Gelukkig begrijpt haar oma het meisje beter. Zij is immers na de oorlog kaalgeschoren toen bleek dat ze een verhouding met een Duitse soldaat had gehad.’
Bron: Gelders Dagblad van 6 juni 2008

Vuile Rooie Rotmeid
‘Vlak bij mijn huis zag ik mijn moeder voor de deur staan met een paar mensen uit de buurt. Zij uitte luidkeels haar misnoegen dat bij de slager aan de overkant de Nederlandse vlag hing. Zoiets kon en mag toch niet want die vuile rooie rotmeid van de slager was toch een “moffenhoer”. Ze moet zo rond de twintig zijn geweest. In de laatste jaren van de oorlog ging ze vaak in gezelschap van een Duitse Wehrmachtofficier naar de kerk. Vaak wandelden ze door de buurt als een echt verloofd stel, daar was niets ordinairs bij. Het was deze “moffenhoer” waar mijn moeder haar bijltjesdag op wilde botvieren. “Kom mensen, laten we die vlag eraf halen en die vuile meid gelijk kaalscheren.” Mijn moeder pakte een grote houten huishoudtrap en stak met de meute buurtbewoners de straat over. De Nederlandse vlag werd weggehaald en in triomf weggevoerd. Op het rumoer kwamen plotseling figuren tevoorschijn met blauwe overalls en oranje banden om hun arm. De oranjeblauwen sloegen de winkelruit in en riepen dat ze die meid moesten hebben. Haar broer stormde met een slagersmes van achter de winkel en riep dat ze van zijn zus af moesten blijven. Een paar BS’ers bedreigden hem met hun stengun en dwongen hem weer naar het achterhuis. De “buurtdames” vonden al snel het meisje dat zich verstopt had in een koelcel die buiten gebruik was. Ze had een bruine jurk aan en werd naar buiten gesleept.

Iemand anders had inmiddels een handkar gevonden, waar ze op gesleurd werd. Ze moest rechtop gaan staan en mijn moeder en de ander begonnen haar bruine jurk van het lijf te rukken, die algauw in flarden hing over haar lange roze onderjurk. Het meisje huilde hartverscheurend. Het publiek joelde. Een achter haar op de handkar geklommen man begon met een tondeuse haar hoofdhaar weg te nemen, meer rukkend en trekkend dan echt kaalscherend. Vele omstanders maakten van de gelegenheid gebruik om op haar te spugen en haar te stompen.’
Bron: anonieme brief, geciteerd in Monika Diederichs boek: Wie geschoren wordt moet stil zitten, p. 167-168

Wilt u over dit onderwerp meer weten of graag met iemand spreken ? Neem vrijblijvend contact met ons op voor al uw vragen of uw ervaringen: contact. Wij staan graag voor u klaar.


ARCHIEF

ZOEKEN

DutchFrenchGermanEnglish