Misstand Levantkade – Amsterdam

  • -

Misstand Levantkade – Amsterdam

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Amsterdam. Levantkade, met (behalve de vrouwen) een drieduizendvijfhonderd man, moesten de geïnterneerden in de beide grote mannenloodsen nacht en dag plat op het schaarse stro blijven liggen. Alleen voor het luchten – eens per dag – kwamen zij overeind. Zij kregen, nadat zij bijvoorbeeld in de school aan de Polderweg te Amsterdam gedurende veertien dagen (8 tot 22 mei) met anderen hadden gehad dan in totaal drie keer een hompje brood en vijf keer één schepje eten, gedurende de eerste vijf dagen in het geheel niets dan uitsluitend water, daarna gedurende zeer lange tijd ’s morgens één half sneetje brood, ’s middags één half sneetje brood en ’s avonds een kleine hoeveelheid middageten, namelijk een zesde liter. Meest dunne soep. Dit middageten ontbrak vaak, zodat men dan het leven hield op in totaal een snee brood per dag plus een paar slokken water. Voegt hierbij, dat de mensen in de tijd van het ‘luchten’ steeds zwaar af geëxerceerd werden – men moest niet alleen telkens looppas maken, maar over het terrein met zijn ruw plaveisel van kinderhoofdjes dwars door plassen en vuil heen ‘kopje duikelen’, robben, rollen enzovoort. Wie het ooglijks pak droeg moest door de vuilste plassen! En dat de ganse tijd door, zulks met de duidelijke bedoelong de mensen af te beulen en zo miserabel mogelijk te maken. Voegt hierbij, dat men de mensen geheel uitgeplunderd had, hen van das, bretels, boordknoopjes, overalls, goede schoenen, bagage enzovoort had beroofd. Voegt hier dan nog bij, dat velen hunner, bij wijze van extra luchten, met de handen een vreselijk vuile mesthoop leeg moesten halen, telkens een vrachtje met de handen tegen de kleren gedrukt uit dit een half uur ver weg naar de schuit moesten brengen, wekenlang de gehele dag door, en men kan zich voorstellen, dat spoedig de gehele kampbevolking één wanhopige vreselijke vuile, merendeels zieke massa stinkende paupers was, die met hun gemillimeterde hoofden, maar ongeschoren gezichten meer op bandieten dan mensen geleken. In dit kamp waren zware mishandelingen aan de orde van de dag, gewoonlijk zo dat degene, die men ‘nemen’ wilde, op handen en voeten moesten gaan zitten, het zitvlak omhoog en dan met een gummiknuppel, de weerkolf of een eind hout werd afgeranseld. Dit geschiedde nu met deze dan met gene, soms met velen tegelijk. De gehele dag door. Aan het gejammer was nimmer een einde. En dat ging het vaak tot bloedens toe of totdat men er bewusteloos bij neer lag. Zelfs dysenterielijders werden mishandeld, meermalen dermate, dat bloed en vuil, uit hun lichaam geslagen, zich over het gehele lichaam verspreidde, tot in hun nek toe. Er werd ontzaglijk veel geslagen. Het is een wonder dat de uitgemergelde en afgebeulde stakkers verduren konden. Trouwens, die het niet volhouden konden, vertellen het niet ma. Vaak vormde bij het mishandelen het zogenaamde ‘grammofoonplaatdraaien’ voor de bewakers een bijzonder vermaak, Dat is, dat men met een vinger in het oor en met een vinger van de andere hand op de grond om zijn eigen as moet draaien. Het tempo wordt hierbij door geweerkolfstoten opgedreven. Zelfs sterke mannen krijgen na een kwartiertje het schuim op de mond en vallen bewusteloos neer, laat staan de ongelukkige slachtoffers van het Levantkade-regiem! Wie het kampleven niet langer volhouden konden en helemaal ziek werden, verdwenen naar de strafloods, naast het hok ‘verboden voor onbevoegden’ en vonden hier hun einde. Ziek was eigenlijk iedereen. Dysenterie, schurft en dergelijke heersten sterk. Men

liet de lijders eenvoudig in hun vuil liggen en de stank, die bij deze zieken heerste, was meer dan vreselijk. Gelukkig is de natuur zo barmhartig, dat de lijders de stank die het gevolg van hun eigen toestand, zelf niet meer ruiken. De geneeskundige dienst was een bespotting . Kortom, het was een vreselijke toestand. Hoeveel ongelukkigen op deze wijze hun einde vonden, is aan de kampbewoners niet bekend geworden. Het zijn er ongetwijfeld talloos velen. Zij zijn in wezen beestachtig vermoord, na beestachtig mishandeld te zijn. In het algemeen is, wat hierboven van de Levantkade kort wordt aangeduid, voor de meeste kampen en bewaarplaatsen in gelijke mate geldend. Er is zo goed als overal op ontzettende wijze honger geleden. Hongeroedeem hebben duizenden gehad. Mishandeld tot uit de treure zijn tienduizenden. Geslagen met gummiknuppels, geweerkolven, karwatsen, stukken hout enzovoort. Is er niet slechts in 1945, maar ook in 1946 tot zelfs 1947 toe over het gehele land. In de genoemde Levantkadekamp de gevangenen onder een dekzeil doorkruipen, hieronder lagen lijken in ontbinding. Het gebeurde ’s nachts als voorbereiding voor het verhoor, met de mededeling; “Zo kruipen ze volgende week over jullie heen”.”


ARCHIEF

ZOEKEN