Geen categorie

  • -

Misstand Kamp Westerbork

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Westerbork. Bijzonder berucht. Wat hier de vrouwen is aangedaan tart elke beschrijving. Vele vouwen meisjes durven het gebeurde uit begrijpelijke schaamte zelfs aan hun naaste verwanten niet te vertellen. Naakt uitkleden door troepen sadistische mannen – bewakingspersoneel en nog achtergebleven Joden – kaalscheren van onder en boven, was bij de eerste transporten regel. Meer dan eens moet er met de gummiknuppel in de geslachtsdelen ,gewerkt, zijn, zogenaamd om .kleine Mussertjes, er uit te halen. Medegedeeld werd ons, hoe een zwangere vrouw meer dan eens rondom een barak is gejaagd, dat na drie dagen een spoedig gestorven kind is geboren en de vrouw zelfs maandenlang aan de rand van de dood zweefde. Zwangere vrouwen schopte men op vreselijke wijze tegen de buik. Geblinddoekte (en vastgebonden) vrouwen werden door gehele groepen misbruikt. Medegedeeld werd ons, hoe een vrouw (de naam is ons bekend, de patiënte wordt voor rekening van het DGBR medische verzorgd, zij moest in 1948 nogmaals worden geopereerd) een grote wortel met de geweerkolf in het geslachtsdeel gehamerd, waardoor het onderlijf openscheurden en later wegens infectie de baarmoeder moest worden weggenomen, zodat deze dertigjarige gehuwde vrouw onvruchtbaar werd,! Gruwelen van onzedelijkheid, waartoe men de twintigste eeuw niet meer in staat zou hebben geacht, zonder tal zijn hier begaan. Dikwijls ook werden mannen vlak bij de vrouwenbarak gemarteld, opdat hun vrouwelijke daar gevangenen verwanten op deze wijze tevens gekweld konden worden, enzovoort. Mannen die binnenkwamen over de toegangsweg naar binnen moesten robben en toen in de grote betonnen gang door marechaussees en bewakers (deels van Veenhuizen gekomen) aldus werden ontvangen, dat zij eerst met het gezicht tegen de muur, benen achteruit, in hangende houding drie kwartier met de bagage in de ene hand, de andere hand met naamkaart hoog tegen de muur, moesten blijven staan, waarbij het slagen regenden en velen met het gezicht tegen de muur gebeukt werden, daarna met de handen tegen de muur, benen gestrekt achteruit, op de tenen moesten staan, zodat de marechaussees en bewakers onder hen door konden lopen. Hierbij schopten zij de mensen van de benen, waardoor zij met het gezicht op de grond sloegen (onder andere de heer H. Kroon, Hagendwarsstraat 24 te Meppel. Dit was de entree! Het vervolg bleef hiermede in overeenstemming. Er is te Westerbork ontzettend veel geslagen, eerst binnen, later buiten het kamp. Vermoord is bijvoorbeeld de heer Bekker van Enschede, die, terugkomende van zware uitputtende dwangarbeid op de heide, twintig meter van zijn barak in elkaar zakte. Hij werd toen vreselijk geschopt en geslagen, vervolgens buiten zicht van de anderen achter de barak gesleept en hier verder mishandeld. De volgende morgen om half negen was hij dood. Aan de gedetineerde artsen werd opgedragen dat hij normaal ten gevolge van longontsteking was overleden, maar zij weigerden. Een oude man van zeventig werd, toen hij in zijn honger een verloren slablaadje van de grond opraapte en opat, door de bewaker E. ontzettend geslagen. Behalve deze E. waren met name de bewakers E. en G. om drie praktijken berucht. In de ziekenbarak 81 regeerde een verpleegster, mevr. H., dia aan de patiënten, meest dysenterielijders, gedurende soms veertien dagen alle eten onthield, zodat vele ongelukkigen stierven. Soms stonden hier tien lijken boven de aarde. De vrije arts Bauduin van Coevorden heeft ten slotte aan de gruwel van deze ‘verpleegster’ een einde gemaakt. Getuigen van het gebeurde zijn de mannen, die de lijken moesten wegbrengen. Hun namen en adres staan ter beschikking. Aan een der slachtoffers, de oude heer Toxopeus weigerde zij de toestemming om zijn testament te maken, De beproeving, waaraan zij de mensen blootstelde, komt men bijvoorbeeld uit het geval dat zij nog eens eten verstrekte, namelijk pap, maar toen tevens de mensen een injectie gaf, zodat alles van boven en onder er weer uitkwam, waarna de getroffenen opnieuw gedurende vele dagen in het geheel niets kregen. Ook liet zij eens een lijk met ongebluste kalk bewerken. De gedetineerde artsen gingen de zieken wel rond, maar zij kregen geen medicijnen ter beschikking, hoewel hier grote hoeveelheden van aanwezig waren. De uitputting van de duizenden in Westerbork was zo groot, dat elke dag bij het appèl tientallen uit de rijen vielen. Een zeer beruchte dag was te Westerbork de negentiende december 1945, toen een paar bataljons van de NBS met gevechtswagens, uitgerust met mitrailleurs, en motoren het kamp binnenvielen en rondraasden. Elk barak werd afgezet. Ieder werd van boven tot onder gefouilleerd. Slagen vielen overal. In barak 66 werden geheel zonder aanleiding schoten gelost. Het barakhoofd van barak 67 werd op een bank gelegd en met dikke knuppel zwaar over zijn maag afgerost. Het was een furie van verschrikking. Eens liepen te Westerbork een vijftal gedetineerden weg, doch, ter plaatse onbekend, werden zij in een bos omsingeld. Toen zij met de handen omhoog ten teken van overgave zich voor hun vervolgers opstelden, werden drie van hen doodgeschoten, onder andere de heer Huizing van Beilen, voormalig brandweerluitenant te Den Haag, de vierde werd zwaar gewond en overleed kort daarna, en de vijfde, de heer Burgman van Amsterdam (Da Costakade 192bis), slaagde erin zich te verbergen, gaf zich later over en bracht er toen, hoewel zwaar mishandeld, het leven af.”


  • -

Misstand Kamp Vught

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

” Vught. Men grave de doden eens op en onderzoeken de vele doden van de bloedakker te Vught. Van praktijken bij ‘verhoren’ wil ik enkele kentekenen de gevallen uit duizenden noemen. Te Vught werd de heer J. Boogaard uit Bodegraven door twee rechercheurs uit Leiden verhoord. Hij moest hiertoe op zijn knieën liggen en de handen met op elke hand een zware baksteen in de hoogte te houden. In deze houding werd hij ondervraagt, dat wil zeggen, telkens zakten of zijn antwoorden niet naar de zin zijner ondervragers waren, sloegen de achter de ongelukkige geposteerde soldaten hem met de geweerkolf onder tegen de armen en voorts overal waar zij hem raken konden. Na afloop van dit verhoor werd hij op aanstichten der twee rechercheurs door de bewakers zijner barak wegens de inhoud van de hem gegeven verklaring – die hij later weer herroepen moest – opnieuw afgerost.”


  • -

Misstand Kamp De Vergulde Hand

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Vlaardingen. In het kamp De Vergulde Hand werden er van begin af aan twintig mannen aan de ketting geklonken. Van hen zaten er vier met drie kettingen aan elkaar, dag en nacht. Zulk een ketting bestond uit negen schalmen halfduims ijzer, samen negen pond wegende, die alleen soms voor een bad en verschoning werden losgeslagen, maar direct er na door de smid weer vastgeklonken. Zich ontkleden kon men natuurlijke niet. Men moest samen naar de WC, lag gezamenlijk in het stro en moest tegelijk gaan liggen en opstaan. De enkels gingen door het wrijven der ijzers spoedig stuk, maar dit werd medisch niet verzorgd. Het mocht niet. En in 1947 zijn de wonden gezien, door deze ijzers gemaakt, die na twee jaar nog niet genezen waren, onder andere van de heer Valstar uit Naaldwijk, die vier en een halve maand in deze ijzers gelopen heeft. Eens, toen drie man wegliepen, werden voor ruim honderd man tegelijk voor geruime tijd in de kettingen gelegd. Uitvinder van deze marteling was kampcommandant.”


  • -

Misstand Fort Blauwkapel

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

Utrecht. De strafcel van het fort Blauwkapel vertoefden regelmatig drie of meer personen. Het is een kelder waarin men komt door een luik in cel 5 en die, vrij groot, onder een aantal cellen doorloopt. De bovengrondse cellen, de dusgenaamde, donkere cellen, doen hun naam reeds alle eer aan. Maar in deze keldergevangenis komt in het geheel geen daglicht en het kleine electrische lampje was regelmatig stuk. Voorts stond er steeds meer dan een voer water in de cel, de matrassen waren geheel doorweekt, de muren bedekt met een dikke laag salpeter en witte schimmel en het verblijf was er dan ook vreselijk. De donkere cellen waren onbewoonbaar. Bovendien kreeg men er nooit middageten, slechts waterpap met brood, een enkele afgewisseld met wat cakes en zeer zeldzaam een klein stukje corned beef. In deze kelder hebben onder anderen, gewoond de heren Wagenaar, oud burgemeester van Tilburg, Broekhoven, Schuilenburg en Kruit. Geslagen werd er op fort ‘Blauwkapel’ veel door de bewakers V. en W. We noemen het geval van de bejaarde advocaat Neuthorn uit Zutphen, die te Utrecht in het kantoor van het bureau der Nationale Veiligheid op de Nieuwe Gracht, eind oktober begin november zich eerst geheel uitkleden moest en naakt ten einde goed koud te worden, een half uur voor een open raam op de tocht werd gezet. Vervolgens werd hij – nu alleen met een onderbroek gekleed – onder felle schijnwerpers verhoord en na afloop in een donkere kelder geworpen.


  • -

Misstand Kamp Plompetorengracht

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Utrecht. Van het vrouwenkamp Plompetorengracht te Utrecht deelt naaktparades tot zelfs nog in de winter van 1945-1946.”


  • -

Misstand Cellenbarakken Scheveningen

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Scheveningen. De spion Chr. Lindeman (King Kong) werd 18 juli 1946 in de cellenbarakken te Scheveningen (ziekenzaal) na eerst met luminal en arsenicum vergiftigd te zijn, door een viertal mensen in zijn ziekbed zodanig geranseld dat hij op 20 juli d.a.v. overleed. Er was toen letterlijk van hem geen been meer heel. Zulke moorden zijn er bij tientallen gepleegd, overal. In vuiligheid werd de strafgevangenis te Scheveningen het meest berucht. Hier moest men ’s morgens met de beerton in galop de trap af en de hof in. Wie achteraan liep kreeg bij deze drijfjacht een regen van gummistokslagen te verduren. Rost van Tonningen, die hier zat en wie men opzettelijk te kleine schoenen gegeven had, zodat hij niet vlug genoeg wegkomen kon, kreeg hiervan steeds de hoofdportie. Op de hif moest men, alvorens de ton te mogen legen, met deze marcheren, oefeningen maken, snel opstaan, snel gaan liggen enzovoort, waarbij het er op toegelegd werd, dat er uit de tonnen gemorst werd of dat deze omvielen. Dir gebeurde natuurlijk steeds. Dan moeste de ongelukkigen het vuil met de handen bijeen graaien en weer in de tonnen werken. De atleet Tinus Osendarp werd hier ondersteboven met het hoofd in een volle ton gestopt, hetzelfde geschiedde met Harry Hoek, Peelen en anderen. Een ander die flauw viel, kreeg de inhoud van een volle ton om bij te komen in het gezicht. Van iemand wiens glazen oog bij deze oefeningen uitviel, werd het door een bewaker met opzet stukgetrapt. Na terugkomst van de met vuil toegetakelde gevangenen in hun cel ontbrak hier natuurlijk water om zich te ontreinigen. Dit werd door de bewakers, die thans met wellust de gevangenen hun ‘ontbijt’ toewierpen, niet gewenst. In deze gevangenis werd vooral ’s avonds en ’s nachts op een verschrikkelijke manier huis gehouden en beestachtig geslagen. De bewakers, die dan meiden uit de stad voor tijdpassering, bij zich hadden, richtten bacchanaliën aan bij welke gevangene de objecten waren. Zo werd eens op het ‘centraal’ beneden in deze gevangenis met krijt op de vloer een groot hakenkruis getekend, dat daarna door het halfdronken gezelschap volgebraakt en volgespuwd werd. Toen moesten de gevangenen onder een regen van slagen met hun tong alles weer geheel schoonmaken. Een ander maal werd door de bewaker met hun meiden een groot aantal gevangenen naakt uit hun cel gehaald, waarbij de meiden de mensen een touw aan hun mannelijk lid bonden en ze zo in triomf met zich meevoerden naar beneden om daar op niet nader te noemen wijze hun slachtoffers verder te bespotten en te mishandelen. Een der gedetineerden werd hierbij volslagen krankzinnig. Het kwam voor, dat zulk een bacchanaal met zingen van de avondzang: ‘k wil u God, mijn dank betalen, besloten werd. Een ander maal veroordeelde men een van de slachtoffers ter dood, dwong hem om zijn testament te maken, liet hem door een bokser uit het gezelschap in elkaar te rammen en zette hem toen voor schietschijf tegen de muur. De stenguns werden leeggeschoten, doch alle kogels misten. Het was blijkbaar slechts spel. De heer Thomason werd bij dergelijke gelegenheden meermalen opgehangen en daarbij vreselijk mishandeld. Ten slotte hij zichzelf op. Zo althans is de officiële lezing. Dat Rost van Tonningen, die bij dit alles het voornaamste mikpunt was en bij geen enkele vernedering werd overgeslagen – naakt uitkleden, liedjes zingen slaag, vuiligheid enzovoort – dit niet uithouden kon, zal niemand verwonderen. Op 6 juni 1945 ’s morgens, toen hij weer nan een vreselijke nacht naar buiten werd gedreven om met zijn ton bevuilt te worden, en de gummistokken voor hem reeds klaar werden gehouden, klom hij plotseling op de leuning van de eerste verdieping waar zijn cel gelegen was en sprong met het hoofd omlaag naar beneden … dood. Dit werd gezien door F. Nuyen, Noordebeekdwarsstraat 165, Den Haag, Damhof, Marcel Wolf, Van der Vaart, Brandse, Viëtor, Poot, Haakman en anderen, die twee meter achter hem liepen. Het was zelfmoord, ja, maar toch eigenlijk ook niet. Hier treffen we onder werkobjecten het opgraven van lijken. De bewoners van de Celllenbarakken moesten dit met de handen zonder enig werktuig doen. En alsof dit op zichzelf niet erg genoeg was, dwong men gedetineerden voor straf om zich gedurende lange tijd bij een halfvergane lijk in de kuil neer te leggen, of prikte de bajonet in de lijken en daarna in de levende mensen ten einde op deze wijze de ongeneeslijke lijkvergiftiging over te brengen. Hieraan viel onder andere de Nederlandse politiekapitein Bergerfurt ten offer. De Cellenbarakken zijn niet weinig berucht. Bij het slaan werd hier een zekere regelmaat toegepast, namelijk steeds vijfentwintig stokslagen tegelijk, van welke een vast getal steeds op het hoofd en dit op vaste tijden ’s daags. Voor sommige drie- of viermaal per dag. Hiermede werden onder anderen de heren Storm en Haak, Schenkweg 12, Den Haag. Toen de heer Storm ten slotte in het ziekenhuis aan de Zuidwal te Den Haag belandde, vroeg men hem daar met het oog op zijn littekens en wonden of hij in de hel van Dachau gezeten had. Het antwoord moest luiden: n Neen, in de Cellenbarakken’. Het ergste werd hier mishandeld en geslagen door de bewakers AG en Al. Kentekenend voor de in deze inrichting heersende toestanden is bijvoorbeeld de bewaker AG. Een gedetineerde, de heer Van der Pol, een trechter in de keel wrong en hier zo lang vloeistof doorgoot totdat de man gestikt was. De bewaker werd hierbij geholpen door een andere bewaker AE. Een ander slachtoffer was de heer Van Oosten uit Loosduinen, vader van negen kinderen. Toen mr. Van Genechten begin december 1945 zich hier van kant maakte. Vond de gedetineerde hulpverpleger De Ruiter bij het wegbrengen van het lijk van Van Genechten in het lijkenhuisje het vergeten lijk va de heer Van Oosten. Deze was te voren in de strafcel gebracht en toen ‘verdwenen’.”


ARCHIEF

ZOEKEN