Veel te vroeg geboren en door je familie behandeld als een kasplantje, werd je een erg ‘net’ meisje, dat de verantwoordelijkheid voor je buitenechtelijke zwangerschap met een Nederlandse dwangarbeider, niet kon dragen. Jullie ‘hadden helemaal niets gedaan’ en toch werd je zwanger… Iemand moest er schuld aan zijn – ik dus…
Jij verborg je met je dikke buik onder de melkkar als gevechtsvliegtuigen door de straten vlogen om alles wat bewoog neer te schieten en ’s nachts zat je over diezelfde buik gebogen in de schuilkelder bij de vele bombardementen op onze verwoeste geboortestad Bochum. Vijftig jaar later kon ik het gedreun van de bommenwerpers en de bomexplosies nog horen, maar vooral hoorde ik nog jouw hysterisch geschreeuw en voelde jouw verkrampte lijf. Die oorlog verbond ons, ook nadien, toen ik al heel jong, jouw oorlogsverhalen moest aanhoren en je probeerde te troosten met al je verdriet. Verder verbond ons niet veel. Nou ja, onze Duitse familie die zo goed mogelijk voor ons beiden zorgde, in die vreselijke jaren tijdens en na de oorlog. Vanaf eind 1948 verbond ons ook het Duits-zijn, toen we tegen onze wil werden meegenomen naar vijandig Nederland en wij samen met mijn babybroertje de schuld kregen van oorlog en Holocaust.
Vanaf je zevende had jij alleen achteruitgang en dreiging beleefd. Doordat je ouders geen lid wilden worden van de nazipartij, was je familie verarmd en had het personeel moeten ontslaan. Je moeder moest weer meehelpen in de zaak en als twaalfjarige bleef jij thuis, om op je tweejarige zusje Lore te passen. Je was nog twee jaar leerplichtig, maar niemand maakte bezwaar.
Op je 14de verjaardag viel Duitsland Polen binnen en toen je vader thuiskwam riep hij: ‘Houdt maar op met feestvieren – het is oorlog!’ Een jaar later onder de kerstboom, ontmoete je drie Nederlandse dwangarbeiders, gasten van je grootvader. Deze drie jongens zouden door je familie de oorlog worden doorgeholpen. Jij werd verliefd op een van hen: Anton, een charismatische, knappe jongen van 20, een timmerman, zoon van een al jaren werkloze vader uit een rivierdorp in de Nederlandse Bijbelbelt. In zijn ogen was je een dochter uit een rijk gezin en een gerespecteerde familie. Een droomcatch!
Echter door die ongewenste zwangerschap werd jij onterfd door je rijke grootvader en na de oorlog werden de verwoeste steden overspoeld door verdrevenen uit de voormalige Duitse gebieden. Geen erfenis en veel arbeidsconcurrenten: argumenten genoeg voor (teleurgestelde, beschaamde?) Anton om zijn gezin over te brengen naar het rijke Nederland, ‘omdat hij terugverlangde naar zijn rivier’ en in Nederland arbeiderskinderen ‘alles kunnen worden wat ze willen’. Zorgen van de huisarts om de kwetsbare jonge vrouw, die met haar grote, zorgzame familie om haar heen, maar ternauwernood voor haar huishouden en kinderen kon zorgen, vond hij onzin: ‘Waar bemoeit zo’n man zich mee!’ Voorstellen van zijn schoonfamilie om opgenomen te worden in de familiezaak, zodat hij niet bang hoefde te zijn, dat hij werkloos zou worden door al die Duitse verdrevenen, sloeg hij af, en verschillende familieleden die mij wilden adopteren kregen ‘nee’ te horen.
Eerst mochten jullie niet trouwen van de nazi’s (een dwangarbeider was te min voor een Duitse), daarna ook niet van de geallieerden (een Duitse was te min voor wie dan ook). Pas toen ik twee jaar oud was ging Anton voor zijn gezin zorgen, na zelf ook een klein jaar op kosten van zijn schoonfamilie te hebben geleefd. Het zo uitgespaarde geld, had hij naar zijn familie in Nederland gestuurd, om geld te hebben om in Nederland een huishouden te kunnen starten.
Dat geld bleek verdwenen en in plaats van een excuus, kreeg jij de schuld van de oorlog en de honger en werd je geminacht om je fragiele gezondheid, je ‘aanstellerige’ manieren, het gebruik van lippenstift en je hoge hakken. Ineens wist iedereen langs de dijk en in de kerk dat jij een mof was en werd alles aan jou slecht en achterlijk gevonden. ‘Daar komt Satan binnen’, schreeuwde de dominee van de kansel toen ons gezin wat verlaat de kerk binnenkwam. We zijn nooit meer naar de kerk gegaan.
De Nederlandse familie probeerde jou ongewenst te laten verklaren en je zonder je kinderen terug te laten sturen naar Duitsland (je was door je huwelijk stateloos geworden). Anton liet het gebeuren.
Negen jaar lang werden jij en jouw kinderen in dat dorp geterroriseerd, door een omgeving die meende een gerechtvaardigde woede te hebben en ons in elkaar te mogen slaan en jouw kinderen door meutes jongeren over de dijk op te laten jagen, terwijl de volwassenen langs de kant enthousiast stonden te klappen en te juichen. Culminerend, wat jou betreft, in pakken slaag als je je onbewoonbaar verklaarde huisje uit durfde te komen en daarna een hoofd van politie die riep: ‘Het kan mij niet schelen wat er met jullie gebeurt’. Gevolgd door rechtszaken waarin je door de ‘getuigen’ en de ‘slachtoffers’ onder ede ervan werd beschuldigd, de aanvaller te zijn van nietsvermoedende voorbijgangers. Jij had geen getuigen, behalve je kleine kinderen. Ik stond erbij, maar werd niet gehoord. Het haalde zelfs een paar keer de krant: ‘Agressieve vrouw van Duitse oorsprong ……’ Wij leerden zo Nederlandse humor. Jij werd depressief en ziek en nooit meer beter. Je durfde zelfs niet meer naar de wc achter in het steegje en gebruikte de po.
Ons gezin ‘begreep’ de haat naar Duitsers en schaamde zich voor wat de nazi’s gedaan hadden, maar hoe kon het dat we nooit last hadden van eenlingen (het gescheld begon pas als een buurvrouw naar buiten kwam) en als Anton er bij was, bleef iedereen ook rustig? Ook als je jongste zusje Lore, bij ons logeerde, werd er niet gescholden. Dachten de mensen bij twee Duitsers niet aan de oorlog? Zoals we ons jarenlang verwonderden over al die bordjes met ‘Zimmer frei’, die we langs de dijk zagen hangen. Waar lieten die mensen hun haat naar Duitsers als ze Duitse logees hadden?
En waarom hoorden we niets van die ex-dwangarbeiders, die samen met Anton, heel de oorlog welkom waren geweest bij jouw Duitse familie. Ze hadden mogen aanschuiven aan tafel, ook nadat ze zich in 1944 schandalig hadden gedragen door jullie hondje dood te slaan en de melkkar te stelen, in hun poging naar Nederland te vluchten toen Duitsland de oorlog leek te verliezen. Vonden ze vijf jaar zorg in die zware tijd, geen reden tot dankbaarheid en hadden geen behoefte jou en je kinderen te beschermen?
Zo erg als de negen jaar in dat calvinistische rivierdorp was het later niet meer, maar echt aangenaam werd het voor jou nooit meer. Zelfs vijf en veertig jaar na de oorlog, spanden buren nog tegen je samen: ze wilden niet met een mof in hetzelfde appartementencomplex wonen. En in ziekenhuizen zochten half en deels Duitsers elkaar op, om elkaar te vertellen welke ziekenhuizen niet gezond waren voor mensen met hun achtergrond. Door een verpleegster was je toen al zo mishandeld, dat je incontinent werd en een stoma nodig had. De directie van dat ziekenhuis vroeg begrip voor die vrouw, die na al die jaren nog een verzetsdaad dacht te plegen…
Hoeveel medelijden ik ook met je had, uiteindelijk verbrak ik het contact met jou, omdat je voor mij net zo slecht was als de Nederlandse omgeving tijdens mijn opgroeien. Die Nederlandse omgeving vond dat ik geen recht op leven had. Jij gaf mij de schuld van mijn ontstaan en van jouw vreselijke leven. Jij aborteerde me niet, maar liet me hangen tussen wel of niet het recht hebben op leven. Heel lang voelde ik zoveel loyaliteit naar jou toe, dat ik je naar Nederlandse mensen altijd probeerde te beschermen… maar jij beschermde mij niet.
Jij behoorde jouw frustratie over mijn bestaan niet over mij uit te gieten, maar je levensgezel erop aan te spreken: de man op wie jij je leven lang verliefd bleef. Hem vergaf je, zonder dat je hem ooit confronteerde, mij probeerde je vooral toen ik jong was, dagelijks de grond in te boren. Uiteindelijk koos ik voor mezelf.
Je was een slechte moeder voor mij, maar wat Nederlanders jou aandeden had jij absoluut niet verdiend. Voor wat jouw familie en jij voor anderen deden in de oorlog en in de zware jaren erna, verdienden jullie respect! In Duitsland kregen jullie dat ruimschoots van de omgeving – Nederland als ‘verzetsland’, koos voor haat en geborneerdheid.