Proefwerkstuk: Kinderen van foute ouders
“De arts zag niets vreemds, wat de benauwdheid kon verklaren. Hij vroeg door of ik een trauma had meegemaakt of dat er iets was waar ik erg tegenop zag. Ik begon te huilen en vertelde dat ik opzag tegen de CABR-archieven die opengaan. De arts zei dat ik mogelijk daardoor veel stress ervaar en continu te hoog adem. Dat gebeurt nog heel vaak.” 1 Dit is een citaat van een dochter van een collaborateur over de recente opening van de archieven. Hoewel kinderen van collaborateurs nu zelf allemaal op hoge leeftijd zijn, laat dit citaat zien dat de gevolgen van het collaboratieverleden nog steeds doorwerken. De opening van de archieven biedt mogelijkheden voor onderzoek naar hun ouder(s) met een collaboratieverleden. Tegelijkertijd kan dit spanningen oproepen: het maakt zichtbaar hoe ‘fout’ hun ouders waren, iets waar veel kinderen van collaborateurs nog steeds voorzichtig over spreken. Bovendien droegen veel van hen de gevolgen van hun ervaringen over op hun eigen kinderen, waardoor ook een volgende generatie werd beïnvloed.
Na de Tweede Wereldoorlog werden ongeveer 425.000 Nederlanders onderzocht op verdenking van collaboratie. Het woord collaboratie komt van het Latijnse collaborare, wat samenwerken betekent. Collaboratie in de Tweede Wereldoorlog hield in dat men bewust en vrijwillig samenwerkte met de Duitse bezetter, vaak om daar politiek, economisch of persoonlijk voordeel uit te halen.
Dit onderzoek richt zich specifiek op de kinderen van collaborateurs, maar erkent dat de gevolgen via intergenerationeel trauma ook doorwerken op de volgende generaties. De oorsprong van deze latere gevolgen ligt bij de ervaringen van kinderen van collaborateurs zelf.
Lees meer: PWS gevolgen collaboratieverleden