Persberichten

  • -

  • -

SWH roept Kamer op: openbaarheid CABR vraagt om zorgvuldigheid

Voorburg, 8 september 2026

In aanloop naar het Kamerdebat van 10 september over de openstelling van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) roept Stichting Werkgroep Herkenning (SWH) de Tweede Kamer op om zorgvuldig om te gaan met de privacy van nog levende betrokkenen en hun families.

Het CABR bevat dossiers van circa 425.000 personen die na de Tweede Wereldoorlog werden onderzocht vanwege vermeende collaboratie. Volgens SWH gaat de discussie niet alleen over historische openbaarheid, maar ook over de gevolgen die online publicatie kan hebben voor mensen van nu.

Veel kinderen en kleinkinderen van betrokkenen weten niet dat hun familie in het archief voorkomt. Wanneer dossiers online doorzoekbaar worden, kan een eenvoudige zoekopdracht ertoe leiden dat iemand onverwacht ontdekt dat een ouder, grootouder of ander familielid onderwerp was van een naoorlogs onderzoek. Voor sommigen betekent dat een eerste confrontatie met een onbekend deel van hun familiegeschiedenis.

Daarnaast wijst SWH erop dat het CABR niet uitsluitend documenten uit de eerste jaren na de oorlog bevat. In de loop der jaren zijn aan dossiers ook stukken van latere datum toegevoegd. Daardoor kunnen archiefstukken informatie bevatten over personen die nog leven of recent zijn overleden. Dat maakt een zorgvuldige afweging tussen openbaarheid en privacy des te belangrijker.

“Voor beleidsmakers zijn dit archieven. Voor miljoenen Nederlanders gaat het om hun ouders, grootouders en familiegeschiedenis. Dat vraagt om zorgvuldigheid, niet om haast.”
Michael Schuling, voorzitter Stichting Werkgroep Herkenning

SWH benadrukt dat het archief al toegankelijk is voor historici, onderzoekers en nabestaanden via bestaande onderzoeksvoorzieningen. De stichting pleit daarom voor een zorgvuldige en gefaseerde openstelling, waarbij zowel historische waarheidsvinding als de bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden gewaarborgd.

Achter een dossiernummer schuilt vaak meer dan een historische gebeurtenis. Het gaat om families die al generaties lang leven met de gevolgen van oorlog, stigma en zwijgen. Een online archiefstuk kan in één keer vragen oproepen waar binnen een familie nooit eerder over gesproken is.

“Voor een onderzoeker is het een archiefstuk. Voor een kleinzoon of kleindochter kan het de eerste keer zijn dat zij ontdekken dat hun familie in het CABR voorkomt. Dat verschil mogen we niet uit het oog verliezen.”
Michael Schuling, voorzitter Stichting Werkgroep Herkenning

SWH heeft haar visie eerder verwoord in het standpunt ‘Openbaarheid vraagt om zorgvuldigheid‘. De stichting is van mening dat transparantie en bescherming van nabestaanden hand in hand kunnen gaan, mits voldoende aandacht wordt besteed aan context, privacy en de impact op nog levende betrokkenen.

Openbaarheid vraagt om zorgvuldigheid. Niet om haast.

Meer informatie
Stichting Werkgroep Herkenning (SWH)
Website: Stichting Werkgroep Herkenning


  • -

Koers SWH

Het bestuur werkt momenteel actief aan de koers van Stichting Werkgroep Herkenning voor de komende vijf jaar. We willen verder groeien, onze organisatie versterken en onze maatschappelijke betekenis vergroten. Daarbij richten we ons op drie belangrijke speerpunten:

  • Het uitbreiden van onze achterban
  • Het versterken van samenwerking op regionaal, landelijk en internationaal niveau
  • Het beter bereiken van jongeren

Er is steeds meer aandacht voor de naoorlogse periode en de impact daarvan op kinderen en kleinkinderen van mensen die werden verdacht van samenwerking met de bezetter. Deze verhalen krijgen een plek in tentoonstellingen, theaterproducties, podcasts en filmhuizen. Dat juichen wij toe: inzicht in de historische context laat zien hoe keuzes ontstaan onder extreem moeilijke omstandigheden.
Dergelijke initiatieven sluiten nauw aan bij onze doelstellingen en dragen bij aan een open en toegankelijk gesprek over beladen familiegeschiedenissen.

Archiefwet 20..

De nieuwe Archiefwet wordt momenteel behandeld in de Tweede Kamer. Via verschillende fracties hebben wij vragen laten indienen. Het plenaire debat staat gepland in september 2026 (onder voorbehoud).

Onze belangrijkste aandachtspunten zijn:

  • Beperk toegang via een inlogomgeving: dit vergroot de openbaarheid, maar voorkomt ongecontroleerde verspreiding.
  • Bied begeleiding en duiding: wie onverwacht confronterende familie‑informatie tegenkomt, moet ondersteuning kunnen krijgen.
  • Maak onderscheid tussen ‘openbaar’, ‘digitaal’ en ‘online’: vooral vrije vindbaarheid via zoekmachines of AI brengt grote risico’s met zich mee.

  • -

‘Openbaarheid vraagt om zorgvuldigheid’ 

De roep om archieven volledig en zonder drempels online te plaatsen is begrijpelijk. Toegang tot bronnen over de Tweede Wereldoorlog raakt aan waarheidsvinding, erkenning en verwerking. Tegelijkertijd is volledige openbaarheid nu, zonder beperkingen, niet vanzelfsprekend de juiste stap.

In veel dossiers komen nog levende personen voor, of mensen die direct te herleiden zijn tot vandaag levende families. Namen, beschuldigingen en onvolledige informatie kunnen grote gevolgen hebben voor privacy, reputatie en onderlinge verhoudingen. Archieven zijn geen rechtbanken; ze bevatten momentopnames, verdenkingen en administratieve oordelen die context en duiding nodig hebben.  

Dat betekent niet dat deze archieven gesloten moeten blijven. Integendeel.  

Online beschikbaar stellen is onvermijdelijk en wenselijk — maar in verschillende vormen. Met tijdsloten, met geanonimiseerde versies, begeleidende uitleg en ruimte voor context. Zo ontstaat toegang die recht doet aan alle oorlogsgetroffenen: slachtoffers, nabestaanden én families van mensen die verdacht werden van collaboratie met de Duitse bezetter.  

Zorgvuldige openbaarheid erkent dat de oorlog geen zwart-wit verhaal is dat je met één muisklik ontsluit. Het is een gedeeld verleden dat nog altijd doorwerkt. Door gefaseerd, verantwoord en met oog voor menselijke gevolgen te publiceren, bouwen we aan toegang die niet alleen informatief is, maar ook rechtvaardig.  

Namens het Bestuur SWH. 

Michael Schuling, Voorzitter SWH 


  • -

Verscherpt standpunt SWH openbaar en online CABR

Beste lezer,

Graag aandacht voor het volgende bericht vanuit het Bestuur met betrekking tot het standpunt openbaar en online CABR.

Vooraf
Sinds het ingrijpen van Autoriteit Persoonsgegevens (AP) op 26 november 2024 heeft Stichting Werkgroep Herkenning geen formeel overleg gehad met het project Oorlog voor de Rechter (OvdR) en/of het Ethisch Beraad (EB). Mede door de chaotische online plaatsing van de lijst met personen op de website van OvdR en onduidelijke besluitvorming, hebben wij gemeend ons standpunt aan te scherpen en nader toe te lichten.

Toelichting
Wij proberen uit te leggen wat wij als Stichting graag op tafel willen leggen en bespreekbaar maken wat eerder niet in zo veel detail is besproken in het EB of binnen het Consortium van het project OvdR. De uitgebreide toelichting kunt u lezen via het volgende PDF: 20250208 – Toelichting Standpunt Bestuur SWH

N.B. Deze is op 10 februari verspreid onder onze donateurs. Ook is deze de afgelopen periode gedeeld met leden van project Oorlog voor de Rechter, Ministerie van VWS & OCW en de Autoriteit Persoonsgegevens.


  • -

Persbericht CABR Open en Digitaal 1-1-2025

Persbericht SWH

29 april 2024

De openbaarmaking en digitalisering van het archief met betrekking tot de Bijzondere Rechtspleging per 1 januari 2025 roept veel reacties op in de samenleving. Het bestuur van de Stichting Werkgroep Herkenning, die steun geeft aan de nabestaanden van degenen die destijds werden verdacht van collaboratie, heeft zich beraden op haar standpunt.

De datum van openbaarmaking heeft een wettelijke basis en staat niet ter discussie. De wijze waarop het archief van de processtukken en andere informatie over de verdachten van collaboratie in de Tweede Wereldoorlog bewaard, openbaargemaakt zal worden wel. Met name de digitalisering en het online plaatsen van deze 485.000 dossiers bestaande uit 30 miljoen documenten in de twee jaren daarna roepen belangrijke zorgen en vragen op.

Het bestuur van de werkgroep Herkenning vindt het om meerdere redenen van groot belang dat er meer openheid komt over deze pijnlijke fase van de geschiedenis. Deze openheid dient ertoe het handelen van de overheid gedurende de Bijzondere Rechtspleging te kunnen beoordelen en controleerbaar te maken voor de burgers. Daarmee de samenleving in staat gesteld inzicht te krijgen in de wijze waarop de afrekening met de verdachten van collaboratie heeft plaatsgevonden. Wij, als nabestaanden, delen van harte het recht op en het belang van openbare controle en evaluatie. Een volk dat zijn geschiedenis niet kent, tot in de meest pijnlijke details, is niet in staat om te leren van het verleden. Datzelfde geldt voor de overheid en zeker waar het gaat om deze precaire periode van afrekening met de collaboratie en herstel van de rechtsstaat na WOII.      

Omdat het hier gaat om een archief met zeer gevoelige gegevens, in politieke en persoonlijke zin, is het risico aanwezig dat deze, eenmaal openbaar en gedigitaliseerd, pijnlijke details kunnen prijsgeven voor nabestaanden of misbruikt kunnen worden door derden voor aantijgingen tegen nabestaanden. Om deze reden heeft de Stichting besloten deel te nemen aan een Ethisch beraad met andere betrokkenen, zoals nabestaanden van verzets- en Joodse zijde en het National Archief, dat is ingesteld om deze openbaarmaking en digitalisering te begeleiden.

Allereerst is er behoefte aan additionele toetsing van deze gedigitaliseerde wijze van openbaarmaking aan de privacywetgeving, dat onderzoek is inmiddels gaande. Daarnaast vinden wij het van het grootste belang dat er toegankelijke procedures zijn voor nabestaanden die zich ernstig en onevenredig benadeeld voelen door de online beschikbaarstelling. Een omschrijving daarvan is moeilijk vooraf te bepalen en daarom is een vorm van toetsing door een beroepscommissie wenselijk voor schrijnende gevallen. Een precieze definitie daarvan is vooraf niet te geven, vandaar dat er een commissie wordt ingesteld ter beoordeling. Op de derde plaats bepleiten wij een gefaseerde invoering van de online beschikbaarheid gedurende de komende twee jaar zodat er nog ervaringen kunnen worden opgedaan en verbeteringen worden aangebracht.

Tenslotte kan ook het instellen van een laagdrempelige informatiedesk waar burgers terecht kunnen met inhoudelijke vragen en tevens adequate informatie kunnen ontvangen over hulpverlening bij psychosociale problemen zeer behulpzaam zijn.

Namens het bestuur van de Stichting Werkgroep Herkenning

Jeroen Saris, voorzitter.


Jeroen Saris, voorzitter van Werkgroep Herkenning zegt:

‘De antwoorden op de vraag waarom onze ouders of familieleden bereid waren medewerking te verlenen aan de bezetter, of daar in sommige gevallen ten onrechte van verdacht werden, kunnen en willen we niet uit de weg gaan’, zegt Jeroen Saris, voorzitter van de Werkgroep Herkenning. ‘We kunnen deze informatie in belangrijke mate terugvinden in het CABR-archief. Wij zien het als een opdracht voor de Stichting Werkgroep Herkenning om aan dit project mee te werken, ervan te leren en dit over te dragen aan volgende generaties.  Het belemmeren daarvan zou getuigen van kortzichtigheid.’

Saris noemt het; ‘hoog tijd hierover in de samenleving met openheid en zonder verwijten aan nabestaanden met elkaar in gesprek te gaan. Wij zijn deel van deze samenleving, ook in onze levens heeft het zwijgen grote en voornamelijk kwalijke gevolgen gehad. Laten we het zwijgen achter ons laten en leren van het verleden. Alleen dan is het mogelijk om met elkaar, ongeacht welke familieachtergrond, op een respectvolle wijze in dialoog te gaan.’

Stichting Werkgroep Herkenning (SWH) ondersteunt, sinds haar oprichting in 1981, de nakomelingen van diegenen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog op enigerlei wijze de zijde hebben gekozen van de Duitse bezetter of daarvan verdacht werden; zij worden ook wel de kinderen en (achter) kleinkinderen van ‘foute ’Nederlanders genoemd.

De stichting is niet verbonden aan enige kerkelijke en/of politieke organisatie en distantieert zich nadrukkelijk van iedere vorm van (neo)fascisme en (neo)nazisme.


Mededeling aan redacties (niet voor publicatie)

Via e-mail t.a.v. de voorzitter Michael Schuling:
secretariaat@werkgroepherkenning.nl en/of

Website Stichting Werkgroep Herkenning:
https://www.werkgroepherkenning.nl/

Publicatie van het standpunt over CABR digitalisering zoals gepubliceerd op de website van Stichting Werkgroep Herkenning:
https://www.werkgroepherkenning.nl/kenniscentrum/cabr-openbaring/standpunt-swh-cabr-open-en-digitaal-op-1-1-2025/


ARCHIEF

ZOEKEN