Misstand Kamp Amersfoort
WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.
Citaat ontleent uit het boek:
KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem
“Amersfoort. Te Amersfoort werd op Pinksteren 1946 werd de heer G. van der Lee uit Leersum door een buitenbewaker, die hier niets mee te maken had, binnen het kamp toegeroepen om door te lopen en toen het bevel niet direct werd opgevolgd, mogelijk niet verstaan werd, schoot hij …. Een gewonde. De heer Vermeulen heeft mishandelingen in serie ondergaan. Eerst door zes NBS-manschappen in het politiebureau, toen in de eierenhal door vier Nederlanders in Canadese uniform, waarbij hij zeven tanden werden uitgeslagen en hij dermate werd geschopt dat hij daarna zes dagen lang bloed waterde, ook zo geslagen dat nadien een hersenschudding en oorontsteking geconstateerd werd, Voor de variatie liep hij daarna enige ranselpartijen op in de Nederlandse Seintoestellenfabriek te Hilversum en keerde toen weer naar Amersfoort terug, waar hij met een gummistok dwars over het gehele werd geslagen en zijn hoofdhaar droog werd afgeschoren, zodat zijn gehele hoofdhuid bloedde. Hij raakte aan het mishandelen worden zo gewoon, dat, toen eens een zeventigjarige grijsaard tot vijfentwintig stokslagen veroordeeld werd, hij deze portie overnam en ze inderdaad onder hoongelag van de bewakers ook te incasseren kreeg. Te Amersfoort kwam eens een transport ge-amputeerden aan, een twintigtal met enkele verpleegsters. De ongelukkigen werden stuk voor stuk van de wagens als onbreekbare ballast op grond gesmeten. De jongste, een achttienjarige, geheel zonder benen, kwam zo onzacht neer, dat een gedetineerde verpleegster, mej. K uit Bergen, zich niet langer beheersen kon en de bruut met haar schoen te lijf ging. Dit koste de man een paar tanden, hij schoot hierop het meisje een kogel in het bovenbeen, waaraan zij thans nog lijdende is.
Het zou eentonig worden hier nog meer voorbeelden te willen vermelden. We deden grepen uit het overstelpend materiaal dat vanuit alle delen van het land ter tafel ligt. Ook wil ik hier nog vermelden dat velen uit schaamte (vrouwen met name) en anderen uit vrees voor represailles van de zijde van het DGBR of andere autoriteiten niet durven spreken en, beducht voor een strenger vonnis, verzocht hebben voorshands hun naam en het met hen gebeurde te verzwijgen. De schaamte begrijpen wij. Maar dat werkelijk Nederlandse rechters en autoriteiten zich zover van het recht zouden verwijderen, dat represailles inderdaad te vrezen zouden zijn, het wil er bij ons niet recht in, zelfs niet waar voorbeelden spreken. Zeker echter is, dat veel om deze reden hier moest worden weggelaten, dat om vermelding schreeuwt, vaak juist feiten van de ergerlijkste soort.”