Laatste nieuws

  • -

28 mei | Regiobijeenkomst ‘3 miljoen verhalen’

Regiobijeenkomst ‘3 miljoen verhalen’: start met jouw zoektocht naar een beladen familiegeschiedenis

Draag jij vragen met je mee over jouw familiegeschiedenis, omdat er sprake is van een beladen verleden doordat een familielid tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde of daar na de oorlog van werd verdacht? Of ben je net begonnen met zoeken en weet je niet goed waar te beginnen? Op donderdag 28 mei organiseert Stichting Werkgroep Herkenning (SWH) in samenwerking met ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) en Nationaal Monument Kamp Vught een regiobijeenkomst voor iedereen die zich hierin herkent.

Deze bijeenkomst maakt deel uit van het project ‘3 miljoen verhalen’. Die naam verwijst naar de naar schatting drie miljoen mensen in Nederland met een beladen familieverleden.

De avond richt zich in het bijzonder op mensen die aan het begin staan van hun zoektocht of daarin geïnteresseerd zijn, maar ook op mensen die al langer met vragen rondlopen. Ook als er in jouw familie nooit over de oorlog werd gesproken en je het gevoel hebt dat er ‘iets’ speelt, ben je van harte welkom. Juist voor dit soort vragen en vermoedens willen we een plek bieden.

Tijdens de bijeenkomst krijg je handvatten om je eigen familiegeschiedenis verder te onderzoeken. Je ontmoet deskundigen én anderen die met vergelijkbare vragen rondlopen. Zo merk je dat je er niet alleen voor staat.

Het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) is medeorganisator van deze bijeenkomst. Sinds februari 2026 is het namelijk mogelijk om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) digitaal te doorzoeken op hun locatie. Dit archief bevat dossiers van mensen die na de Tweede Wereldoorlog werden onderzocht of vervolgd vanwege (vermeende) collaboratie. Medewerkers van het BHIC staan bezoekers graag te woord over de mogelijkheden van dit archief en hoe je dit kunt gebruiken binnen je eigen onderzoek.

Informatiemarkt en ontmoeting
Voorafgaand aan en na afloop van het plenaire programma is er een informatiemarkt. Hier kun je in gesprek met medewerkers van SWH, ARQ en het BHIC, vragen stellen en advies krijgen over jouw persoonlijke situatie.

  • Informatiemarkt: 19:00 – 19:30 uur

  • 19:30 uur: plenair programma met twee panelgesprekken met deskundigen en lotgenoten.

  • Informatiemarkt (vervolg): vanaf 21:10 uur

Voor wie?
Deze bijeenkomst is bedoeld voor iedereen die:

  • vragen heeft over een beladen familiegeschiedenis

  • wil beginnen met onderzoek, maar niet weet hoe

  • al langer met vragen rondloopt

  • het gevoel heeft dat er in de familiegeschiedenis iets verzwegen of onbekend is

Praktische informatie

  • Datum: donderdag 28 mei (19:00 inloop, 19:30 start programma)

  • Locatie: Nationaal Monument Kamp Vught, Lunettenlaan 600 5263 NT Vught.

  • Eindtijd: De deuren sluiten om 22:15.

Aanmelden is verplicht en kan via info@nmkampvught.nl onder vermelding van Regiobijeenkomst ‘3 miljoen verhalen’

Deelname is gratis. De maximumcapaciteit is 75 personen en we werken op volgorde van binnenkomst, dus meld je op tijd aan. De exposities in NM Kamp Vught zijn deze avond gesloten.


  • -

Jochem Botman – Ondervragingskamp Fort Blauwkapel (1945-1947)

Auteur: Jochem Botman
Uitgever: Uitgeverij Aspekt
Publicatiejaar: 2026
ISBN: 9789464874020
Pagina’s: 130

Trefwoorden: NSB, Rijswijk, Duitsland, intergenerationeel overdracht

Samenvatting
Ondervragingskamp Fort Blauwkapel (1945-1947) – Waar de oorlog nog niet voorbij was

Na de bevrijding van Nederland in 1945 werd Fort Blauwkapel bij Utrecht omgevormd tot bewarings- en verhoorcentrum voor vermeende politieke delinquenten, spionnen en collaborateurs. Wat begon als een plek van recht en orde, veranderde al snel in een schimmige wereld van macht, vergelding en morele grijstinten.
In Fort Blauwkapel reconstrueert Jochem Botman aan de hand van archiefonderzoek, persoonlijke dossiers en getuigenissen de verborgen geschiedenis van dit fort. Het boek brengt een uitgebreid overzicht van de mensen die betrokken waren bij Fort Blauwkapel: van commandanten, tolken en verhoorders tot kampbewakers en gedetineerden.

Recht, wraak en willekeur
De naoorlogse jaren waren een tijd van transitie. Terwijl Nederland de bezetting probeerde te verwerken, ontstond een nieuw strijdtoneel: de zuivering, de angst voor het communisme en de herinrichting van de veiligheidsdiensten. Binnen die context werd Fort Blauwkapel een microkosmos van de grotere naoorlogse spanningen. Hier raakten idealisme en machtsmisbruik verstrengeld, en vervaagde het onderscheid tussen dader en slachtoffer. Het boek laat zien hoe bewakers, oud-illegalen en leden van de inlichtingendienst gebruikmaakten van het machtsvacuüm om hun eigen belangen te dienen – soms uit wraak, soms uit opportunisme.

Een reconstructie in namen en verhalen
Door honderden namen en documenten te bundelen, biedt Fort Blauwkapel niet alleen een historisch overzicht, maar ook een menselijke inkijk in een tijd waarin recht en vergelding dicht bij elkaar lagen. Het werk vormt een onmisbare schakel in het begrip van de Nederlandse zuivering en de opbouw van de naoorlogse veiligheidsstaat.

“Dit werk, net zoals mijn voorgaande publicaties, probeert op een neutrale wijze inzicht te geven in deze tijd van transitie – van de verwerking van de bezetting naar het zich wapenen tegen een nieuwe vijand, van binnen en van buitenaf.”

Toelichting, schrijver:
“Dank voor uw interesse in deze studie over Fort Blauwkapel als detentiecentrum. In mijn andere studies heb ik eveneens veel aandacht besteed aan deze grijstinten, machtsverhoudingen en de naoorlogse zuivering, zoals De intriges van de gebroeders Sassen (2013), De Tarzan van Limburg (2019), Beruchte Collaborateurs op vrije voeten (2020).

In het kort kan ik aangeven dat dit werk de ruimte biedt aan de gedetineerden om hun ervaringen in het kamp te weergeven zonder enige restricties. Daarnaast heerste na de oorlog ook een vorm van naoorlogse kolder, of beter gezegd revanchisme, zoals in het onderstaande krantenartikel weergeven wordt (Het Binnenhof, 22-06-1948):

De gedetineerden werden niet alleen opgesloten vanwege hun mogelijke collaboratieverleden, maar ook onderling verdeeld, bespioneerd, tegen elkaar uitgespeeld ten behoeve van de verschillende geheimdiensten (BNV, privé-inlichtingendiensten, de marechaussee, de geallieerde geheimdiensten (zie Pidcock) etc.,)) die hun eigen agenda erop na hielden. Sommige gedetineerden gingen vrijuit in ruil voor seksuele handelingen (zie spionnennjager Oreste Pinto of BNV chef Wim Sanders), oorlogsbuit (Andries Riphagen) of informatie, terwijl anderen leden onder de mentale en fysieke vernedering van de ongetrainde bewaking. De laatste bestond uit burgers, oud-illegalen en BS’ers die in de gedetineerden een makkelijk slachtoffer zagen.

Op aanwijzing van o.a. de gedetineerde journalist en predikant H.W. van der Vaart Smit werden deze kampomstandigheden aangekaart en werd er een parlementair onderzoek ingesteld. Er werd orde op zaken gesteld. Een aantal bewakers werd ontslagen. Kampleiding vervangen en een aantal provisorische detentiekampen zoals Blauwkapel werden gesloten. Voor een beperkt aantal gingen de kwellingen gewoon door.”

 

 


  • -

Misstand Kamp Westerbork

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Westerbork. Bijzonder berucht. Wat hier de vrouwen is aangedaan tart elke beschrijving. Vele vouwen meisjes durven het gebeurde uit begrijpelijke schaamte zelfs aan hun naaste verwanten niet te vertellen. Naakt uitkleden door troepen sadistische mannen – bewakingspersoneel en nog achtergebleven Joden – kaalscheren van onder en boven, was bij de eerste transporten regel. Meer dan eens moet er met de gummiknuppel in de geslachtsdelen ,gewerkt, zijn, zogenaamd om .kleine Mussertjes, er uit te halen. Medegedeeld werd ons, hoe een zwangere vrouw meer dan eens rondom een barak is gejaagd, dat na drie dagen een spoedig gestorven kind is geboren en de vrouw zelfs maandenlang aan de rand van de dood zweefde. Zwangere vrouwen schopte men op vreselijke wijze tegen de buik. Geblinddoekte (en vastgebonden) vrouwen werden door gehele groepen misbruikt. Medegedeeld werd ons, hoe een vrouw (de naam is ons bekend, de patiënte wordt voor rekening van het DGBR medische verzorgd, zij moest in 1948 nogmaals worden geopereerd) een grote wortel met de geweerkolf in het geslachtsdeel gehamerd, waardoor het onderlijf openscheurden en later wegens infectie de baarmoeder moest worden weggenomen, zodat deze dertigjarige gehuwde vrouw onvruchtbaar werd,! Gruwelen van onzedelijkheid, waartoe men de twintigste eeuw niet meer in staat zou hebben geacht, zonder tal zijn hier begaan. Dikwijls ook werden mannen vlak bij de vrouwenbarak gemarteld, opdat hun vrouwelijke daar gevangenen verwanten op deze wijze tevens gekweld konden worden, enzovoort. Mannen die binnenkwamen over de toegangsweg naar binnen moesten robben en toen in de grote betonnen gang door marechaussees en bewakers (deels van Veenhuizen gekomen) aldus werden ontvangen, dat zij eerst met het gezicht tegen de muur, benen achteruit, in hangende houding drie kwartier met de bagage in de ene hand, de andere hand met naamkaart hoog tegen de muur, moesten blijven staan, waarbij het slagen regenden en velen met het gezicht tegen de muur gebeukt werden, daarna met de handen tegen de muur, benen gestrekt achteruit, op de tenen moesten staan, zodat de marechaussees en bewakers onder hen door konden lopen. Hierbij schopten zij de mensen van de benen, waardoor zij met het gezicht op de grond sloegen (onder andere de heer H. Kroon, Hagendwarsstraat 24 te Meppel. Dit was de entree! Het vervolg bleef hiermede in overeenstemming. Er is te Westerbork ontzettend veel geslagen, eerst binnen, later buiten het kamp. Vermoord is bijvoorbeeld de heer Bekker van Enschede, die, terugkomende van zware uitputtende dwangarbeid op de heide, twintig meter van zijn barak in elkaar zakte. Hij werd toen vreselijk geschopt en geslagen, vervolgens buiten zicht van de anderen achter de barak gesleept en hier verder mishandeld. De volgende morgen om half negen was hij dood. Aan de gedetineerde artsen werd opgedragen dat hij normaal ten gevolge van longontsteking was overleden, maar zij weigerden. Een oude man van zeventig werd, toen hij in zijn honger een verloren slablaadje van de grond opraapte en opat, door de bewaker E. ontzettend geslagen. Behalve deze E. waren met name de bewakers E. en G. om drie praktijken berucht. In de ziekenbarak 81 regeerde een verpleegster, mevr. H., dia aan de patiënten, meest dysenterielijders, gedurende soms veertien dagen alle eten onthield, zodat vele ongelukkigen stierven. Soms stonden hier tien lijken boven de aarde. De vrije arts Bauduin van Coevorden heeft ten slotte aan de gruwel van deze ‘verpleegster’ een einde gemaakt. Getuigen van het gebeurde zijn de mannen, die de lijken moesten wegbrengen. Hun namen en adres staan ter beschikking. Aan een der slachtoffers, de oude heer Toxopeus weigerde zij de toestemming om zijn testament te maken, De beproeving, waaraan zij de mensen blootstelde, komt men bijvoorbeeld uit het geval dat zij nog eens eten verstrekte, namelijk pap, maar toen tevens de mensen een injectie gaf, zodat alles van boven en onder er weer uitkwam, waarna de getroffenen opnieuw gedurende vele dagen in het geheel niets kregen. Ook liet zij eens een lijk met ongebluste kalk bewerken. De gedetineerde artsen gingen de zieken wel rond, maar zij kregen geen medicijnen ter beschikking, hoewel hier grote hoeveelheden van aanwezig waren. De uitputting van de duizenden in Westerbork was zo groot, dat elke dag bij het appèl tientallen uit de rijen vielen. Een zeer beruchte dag was te Westerbork de negentiende december 1945, toen een paar bataljons van de NBS met gevechtswagens, uitgerust met mitrailleurs, en motoren het kamp binnenvielen en rondraasden. Elk barak werd afgezet. Ieder werd van boven tot onder gefouilleerd. Slagen vielen overal. In barak 66 werden geheel zonder aanleiding schoten gelost. Het barakhoofd van barak 67 werd op een bank gelegd en met dikke knuppel zwaar over zijn maag afgerost. Het was een furie van verschrikking. Eens liepen te Westerbork een vijftal gedetineerden weg, doch, ter plaatse onbekend, werden zij in een bos omsingeld. Toen zij met de handen omhoog ten teken van overgave zich voor hun vervolgers opstelden, werden drie van hen doodgeschoten, onder andere de heer Huizing van Beilen, voormalig brandweerluitenant te Den Haag, de vierde werd zwaar gewond en overleed kort daarna, en de vijfde, de heer Burgman van Amsterdam (Da Costakade 192bis), slaagde erin zich te verbergen, gaf zich later over en bracht er toen, hoewel zwaar mishandeld, het leven af.”


  • -

Misstand Kamp Vught

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

” Vught. Men grave de doden eens op en onderzoeken de vele doden van de bloedakker te Vught. Van praktijken bij ‘verhoren’ wil ik enkele kentekenen de gevallen uit duizenden noemen. Te Vught werd de heer J. Boogaard uit Bodegraven door twee rechercheurs uit Leiden verhoord. Hij moest hiertoe op zijn knieën liggen en de handen met op elke hand een zware baksteen in de hoogte te houden. In deze houding werd hij ondervraagt, dat wil zeggen, telkens zakten of zijn antwoorden niet naar de zin zijner ondervragers waren, sloegen de achter de ongelukkige geposteerde soldaten hem met de geweerkolf onder tegen de armen en voorts overal waar zij hem raken konden. Na afloop van dit verhoor werd hij op aanstichten der twee rechercheurs door de bewakers zijner barak wegens de inhoud van de hem gegeven verklaring – die hij later weer herroepen moest – opnieuw afgerost.”


  • -

Misstand Kamp De Vergulde Hand

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

“Vlaardingen. In het kamp De Vergulde Hand werden er van begin af aan twintig mannen aan de ketting geklonken. Van hen zaten er vier met drie kettingen aan elkaar, dag en nacht. Zulk een ketting bestond uit negen schalmen halfduims ijzer, samen negen pond wegende, die alleen soms voor een bad en verschoning werden losgeslagen, maar direct er na door de smid weer vastgeklonken. Zich ontkleden kon men natuurlijke niet. Men moest samen naar de WC, lag gezamenlijk in het stro en moest tegelijk gaan liggen en opstaan. De enkels gingen door het wrijven der ijzers spoedig stuk, maar dit werd medisch niet verzorgd. Het mocht niet. En in 1947 zijn de wonden gezien, door deze ijzers gemaakt, die na twee jaar nog niet genezen waren, onder andere van de heer Valstar uit Naaldwijk, die vier en een halve maand in deze ijzers gelopen heeft. Eens, toen drie man wegliepen, werden voor ruim honderd man tegelijk voor geruime tijd in de kettingen gelegd. Uitvinder van deze marteling was kampcommandant.”


  • -

Misstand Fort Blauwkapel

WAARSCHUWING!
Onderstaand kan als schokkend worden ervaren.

Citaat ontleent uit het boek:

KAMPTOESTANDEN 1944 – ’45 – ‘48 – Rapport Dr. Van der Vaart Smit, Prof. MR. G.M.G.H. Russel
N.V. Uitgeverij Keizerskroon- Haarlem

Utrecht. De strafcel van het fort Blauwkapel vertoefden regelmatig drie of meer personen. Het is een kelder waarin men komt door een luik in cel 5 en die, vrij groot, onder een aantal cellen doorloopt. De bovengrondse cellen, de dusgenaamde, donkere cellen, doen hun naam reeds alle eer aan. Maar in deze keldergevangenis komt in het geheel geen daglicht en het kleine electrische lampje was regelmatig stuk. Voorts stond er steeds meer dan een voer water in de cel, de matrassen waren geheel doorweekt, de muren bedekt met een dikke laag salpeter en witte schimmel en het verblijf was er dan ook vreselijk. De donkere cellen waren onbewoonbaar. Bovendien kreeg men er nooit middageten, slechts waterpap met brood, een enkele afgewisseld met wat cakes en zeer zeldzaam een klein stukje corned beef. In deze kelder hebben onder anderen, gewoond de heren Wagenaar, oud burgemeester van Tilburg, Broekhoven, Schuilenburg en Kruit. Geslagen werd er op fort ‘Blauwkapel’ veel door de bewakers V. en W. We noemen het geval van de bejaarde advocaat Neuthorn uit Zutphen, die te Utrecht in het kantoor van het bureau der Nationale Veiligheid op de Nieuwe Gracht, eind oktober begin november zich eerst geheel uitkleden moest en naakt ten einde goed koud te worden, een half uur voor een open raam op de tocht werd gezet. Vervolgens werd hij – nu alleen met een onderbroek gekleed – onder felle schijnwerpers verhoord en na afloop in een donkere kelder geworpen.


ARCHIEF

ZOEKEN