Persberichten

  • -

Nederlandse Oostcompagnie – Verzoek om informatie voor TV programma

NPO 2Verzoek om informatie

Voor een aflevering van het geschiedenisprogramma Andere Tijden (NTR/VPRO televisie) over de Nederlandse Oostcompagnie (NOC) is het geschiedenisprogramma Andere Tijden (NTR/VPRO televisie) op zoek naar kinderen van de duizenden vrijwilligers die vanaf 1942 naar het Oosten werden uitgezonden door de Nederlandse Oostcompagnie, (inclusief de Werkdienst Holland, de Oostcompagnie, de SS-Frontarbeiter).

Het ging hierbij om Nederlandse boeren, vissers, tuinders, ambachtslieden en arbeiders die door de NOC – vanaf 1942 onder leiding van Rost van Tonningen – werden ingezet bij de kolonisatie van de gebieden in Oost Europa (met nane de Baltische Staten en Oekraïne) die door Duitsland waren veroverd.
Lees Verder


  • -

‘Wehrmacht bracht moderne seksuele moraal naar Nederland’

FahnenbruckCover2Duitse soldaten droegen tijdens de Tweede Wereldoorlog bij aan de modernisering van de seksuele moraal in Nederland. Zo spraken Wehrmachtsoldaten openlijker over seks dan Nederlanders en werden de militairen regelmatig gecontroleerd op geslachtsziekten.

Het Duitse leger was daarin heel modern en pragmatisch, schrijft historica Laura Fahnenbruck. Volgende week promoveert ze aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over seksualiteit en de Wehrmacht tijdens de Duitse bezetting.

Condooms
Duitse soldaten werden door de legerleiding aangemoedigd om relaties aan te knopen met Nederlandse vrouwen.
Lees Verder


  • -

‘Mijn opa was een SS’er’

Mijn Opa was een SS'erHet begon bij een vraag van zijn kleinzoon Mark. ‘Opa, wat deed u in de oorlog?’ Dries van Eijk zuchtte die bewuste avond eens diep. Hij wilde dit gesprek niet, hield het al jaren met succes verborgen en toch moest het hoge woord eruit. Hij zei: ‘Ik heb in Rusland gevochten… als SS’er.’

Nu slenteren ze samen door de Amsterdamse binnenstad, de plek waar zijn opa opgroeide. Snel gaat het niet. Steeds moet de tachtigjarige Van Eijk uitrusten. Een fijne jeugd had hij niet, met een psychisch zeer labiele moeder en een vader die hem naar een tehuis stuurde. Het was een akelige tijd. “Ik droomde van een goed leven en wilde weg uit die kille omgeving. Maar waar kon ik heen?”
Lees Verder


  • -

Oorlogsmonumenten in Beeld via een App

PARADE VAN NSB-JEUGD IN AMSTERDAM, NABIJ DE MUNT - BRON NIODDe foto’s zijn soms van een bedrieglijke alledaagsheid: Duitse militairen die zich op het Rokin opmaken voor een rondvaart, toeristen die op de Dam poseren voor borden die verwijzen naar Duitse instanties, militairen die zich ter hoogte van het Carlton Hotel (dat later bij een bombardement zou worden verwoest) van bloemen voorzien, een Duitse en een Nederlandse onderofficier aan een terrastafel op het Rembrandtplein. ‘Alles is vergeven!’ luidde het oorspronkelijke onderschrift van deze krantenfoto.
Lees Verder


  • -

Pro- en anti-NSB in één gezin

Luuc KooijmansLuuc Kooijmans schrijft meeslepend relaas van een verscheurd gezin

recensie: Iedereen in het gezin van opa Kooijmans zweeg na de oorlog: het verleden was te belastend. Kleinzoon Luuc zocht uit wat er is gebeurd. Dat heeft een meeslepend relaas opgeleverd.
Door Ad van Liempt 25 september 2015,

Dat de keuzes van Nederlanders voor of tegen de NSB tijdens de oorlog gezinnen hebben verscheurd – dat hebben we vaker gelezen. De ene broer in het verzet, de andere bij de Waffen SS, dat kwam voor. Er is een verhaal bekend over een Rotterdams gezin waar vader met krijt een streep door de kamer trok om het pro-NSB-kamp van het anti-kamp te scheiden. Maar zelden is de verstikkende atmosfeer in een verscheurd oorlogsgezin zo indringend beschreven als door historicus Luuc Kooijmans in Het geheim van de Valeriusstraat.

Lees Verder


  • -

Kinderen van Duitse Soldaten – ‘Moffenkinder nannte man uns’

Sie sind die Söhne und die Töchter von Wehrmachtssoldaten. Als sie in den Niederlanden aufwuchsen, wussten sie nicht, wer ihre Väter waren. Alle anderen aber tuschelten: Drei erzählen von ihrem Schicksal.

Monika Diederichs
Meine Tante hat mich „Moffenkind“ genannt. Ich verstand das nicht. Damals kannte man ja noch diese gemütlichen Handwärmer, die hießen „moffen“. Aber so, wie meine Tante es sagte, klang es gemein. Das war nicht das einzige Rätsel meiner Kindheit. Wenn wir bei meiner deutschen Oma waren, gingen wir jeden Tag auf den Friedhof, und da stand mein Name auf einem Grabstein! Ich konnte ja kein Deutsch, und meine Oma sprach natürlich kein Niederländisch. Ich wusste nicht, dass Aloys Diederichs, der dort begraben lag, mein leiblicher Vater war. Und ich konnte nicht lesen, was genau in den Stein gemeißelt war: nämlich, dass er eine Tochter namens Monika hinterlasse. Das war ich, geboren im Juli 1945.

Lees Verder


ARCHIEF

ZOEKEN